Uitspraak Raad van State brengt circulaire economie dichterbij

Het kabinet wil de overgang naar een circulaire economie versnellen. Innovatie door hergebruik van materialen staat daarbij voorop. Reeds gebruikte oliën en vetten zijn heel geschikt als grondstof voor nieuwe producten. Echter, bij het hergebruik ervan speelt de definitie van het begrip afval een belangrijke rol. De Raad van State heeft onlangs een belangrijke uitspraak gedaan in een geschil tussen de provincie Drenthe en biodieselfabrikant Sunoil in Emmen. De zaak betrof de vraag of glycerinewater afkomstig van de biodieselproductie dat wordt toegepast in biovergisting een afvalstof is of niet. De Raad van State komt tot de conclusie dat het in dit geval gaat om een bijproduct.

Frank Bergmans is bij MVO onder meer verantwoordelijk voor het beleid om te komen tot een circulaire economie. Hij volgt de discussie over bijproducten versus afval al jaren, en adviseerde Sunoil in deze zaak: “Dit is een erg belangrijke uitspraak voor onze sector, die meer duidelijkheid brengt. Vergelijkbare gevallen die voldoen aan de vier voorwaarden waaraan bijproducten volgens de ‘Kaderrichtlijn afvalstoffen’ moeten voldoen zullen nu op dezelfde manier behandeld moeten worden. Bovendien geeft de rechter aan dat het feit dat vergisters een vergunning hebben voor het vergisten van afvalstoffen, niet betekent dat iedere stof die zij vergisten per definitie een afvalstof zou moeten zijn.

Ook verandert het feit dat het glycerinewater aan een tussenhandelaar wordt verkocht niets aan het feit dat het zeker is dat de stof zal worden gebruikt. De vraag of een product een bijproduct is of afval, moet steeds per geval worden bekeken, maar de criteria worden langzaam maar zeker duidelijker. Uiteindelijk willen we onze grondstoffen vaker en beter hergebruiken en de overgang naar een circulaire economie bevorderen. In een circulaire economie bestaat geen afval meer.”

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Frank Bergmans via bergmans@mvo.nl of 079 363 43 56.