Onderzoek naar bio-olie voor toepassing in verf Duurzaam alternatief op basis van gist

Bij de productie van verven en kunststoffen zoeken bedrijven naar mogelijkheden om het gebruik van fossiele olie terug te dringen en over te gaan op duurzame alternatieven. Zo passen diverse in Nederland gevestigde bedrijven bijvoorbeeld zonnebloemolie, lijnzaadolie en ook andere plantaardige oliën toe om hun ecologische voetafdruk te verkleinen. Toch levert dit niet altijd de efficiëntie op die bedrijven wensen. Om die reden is de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN BioCentre) samen met een aantal bedrijven een onderzoek gestart naar de productie van 2e generatie bio-olie door micro-organismen. MVO adviseert het project.


Samen met bedrijven
Richèle Wind van HAN BioCentre legt uit: “We zijn een Hogeschool en doen toegepast onderzoek. In dit project werken we samen met een aantal (middel) grote bedrijven, o.a. in de verfindustrie. We willen een olie maken uit micro-organismen die voldoet aan de eisen van specifieke toepassingen. De olie moet een aantrekkelijk en commercieel toepasbaar alternatief zijn voor de grondstoffen die op dit moment worden gebruikt. In ons onderzoek gebruiken we een gist. In een haalbaarheidsstudie die aan dit project vooraf ging, hebben we een giststam geselecteerd die olie produceert en kan groeien op verschillende koolstofbronnen uit rest- en afvalstromen.”

Vetzuurprofiel
HAN BioCentre onderzoekt en modificeert de gewenste specifieke compositie van de olie. Richèle Wind: “Wij hebben een gist die olie ophoopt in zichzelf en d.m.v. genetische modificatie proberen we de vetzuursamenstelling van de olie aan te passen. De olie die nu gemaakt wordt, heeft een hoog C18:1 profiel. Dat betekent dat er heel veel oliezuur in zit (ongeveer 70%). De bedrijven waar we nu mee samenwerken (producenten van verf) willen een olie waar meer onverzadigde vetzuren in zitten, dus meer C18:2 (een dubbele binding extra). Dat is belangrijk voor de drogende eigenschappen van verf. We zijn nu de tools aan het maken om de gist zo te kunnen aanpassen dat deze ook meer C18:2-olie maakt en we zijn al een heel eind op weg. We hebben nu een gist beschikbaar die een vijf keer hogere C18:2-productie heeft dan de oorspronkelijke.”

Duurzaam alternatief
Het gebruiken van een gist voor het maken van olie heeft twee voordelen. Het eerste voordeel is, dat je het vetzuurprofiel kunt aanpassen zodat je een specifieke olie kunt maken, met een zo hoog mogelijke opbrengst. Het tweede voordeel is dat het biobased is, dus duurzaam. In vergelijking met minerale oliën zorgt bio-olie voor een flinke CO2-reductie. Richèle Wind: “Ten opzichte van plantaardige oliën heeft bio-olie bovendien het voordeel dat er minder land nodig is voor de teelt. Je bent ook minder afhankelijk van een oogst. Nog een voordeel is dat je biomassa kunt gebruiken. We zijn nu bijvoorbeeld bezig met onbenut bermgras. Op dit moment wordt bermgras gezien als afval, maar wij gebruiken het bermgras om onze gist op te laten groeien die de olie maakt. Daarmee zetten we weer een stap in de richting van de circulaire economie”.

Lange termijn
Bio-olie zal op korte termijn nog niet grootschalig worden toegepast. Richèle Wind: “Het is een vierjarig project. We moeten tools ontwikkelen om de gist genetisch te modificeren, en er moeten op onderzoeksniveau veel mutanten gescreend worden. Op dit moment kunnen we maximaal 1 liter olie produceren, waarmee in kleine applicaties tests worden gedaan bij de bedrijven. Daarna is een heel traject van opschaling nodig. Het onderzoek zal moeten aantonen of het economisch rendabel gaat worden om dat te gaan doen”.

Richèle Wind: "De bio-olie die we op dit moment uit gist produceren heeft een hoog C18:1-profiel. Daar zoeken we applicaties voor. Bedrijven die toepassingen zien kunnen contact
met ons opnemen".

MVO heeft binnen het project een adviserende en verbindende rol. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Frank Bergmans, via bergmans@mvo.nl
of 079 363 43 56.