Home
Zoeken Menu

WAAROM ZIT ER VET IN EEN CROISSANT?

Oliën en vetten hebben belangrijke functies in voedingsmiddelen. Een croissant bijvoorbeeld, kun je zonder vet niet maken. Ook het type vet is van belang. Voor de structuur van de croissant is het nodig dat vet wordt gebruikt dat hard is bij kamertemperatuur. Een croissant maken met olie lukt dus niet. Juist de vastheid van het vet zorgt ervoor dat de croissant luchtig en knapperig is.

Toereervet

Croissantdeeg is gerezen bladerdeeg en bestaat uit lagen deeg, afgewisseld door een laag toereervet (het vet dat men aanbrengt tussen de lagen deeg). Na het uitrollen van het deeg wordt er een laag vet overheen gelegd, waarna het deeg dubbelgevouwen wordt en het vet in het deeg wordt opgesloten. Dit wordt een aantal keren herhaald, zodat uiteindelijk een structuur ontstaat van dunne laagjes deeg, gescheiden door dunne laagjes vet. Het vet moet als het ware een barrière vormen tussen de afzonderlijke lagen deeg. Toereervet moet daarom vrij vast zijn en vast blijven tijdens de productie van het deeg om de afzonderlijke lagen (deeg - margarine) te kunnen krijgen.

Vet zorgt voor luchtige structuur

Bij het bakken in de oven smelt het vet, komen de laagjes deeg los van elkaar te liggen en ontstaat de luchtige structuur van de croissant.

Margarine of roomboter?

Croissants worden zowel met roomboter als met margarine gemaakt. Uit onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat de croissants met margarine minder verzadigd vet bevatten dan croissants met roomboter. 

 

Deel deze pagina: