RANDVOORWAARDEN EN ACTIES

1

Het bedrijfsleven heeft een consistent overheidsbeleid op nationaal, Europees en internationaal terrein nodig om investeringen te laten renderen en vertrouwen te scheppen in Nederland als vestigingsland. Dit geldt in het bijzonder voor het ontwikkelen van een biobased economy (inclusief biobrandstoffen). Europese richtlijnen voor afvalstoffen werken belemmerend in plaats van stimulerend.

2

Investeringen in de fysieke infrastructuur van Nederland blijven voortdurend nodig. Een internationaal competitieve lastendruk voor onze havens en investeringen in de scholing van technisch personeel zijn noodzakelijke randvoorwaarden om het investeringsklimaat in ons land op peil te houden.

3

We pleiten voor een eerlijk internationaal speelveld. De Nederlandse oliën- en vettenketen (en daarmee de Nederlandse economie) is gebaat bij de liberalisering van de handel, waaronder de onbelemmerde invoer van grondstoffen in de Europese Unie en afschaffing van exportheffingen en -belemmeringen door Argentinië, Rusland, Oekraïne, Indonesië en Maleisië. In een tijd van economische recessie zien we de opkomst van protectionistische gevoelens en wet- en regelgeving. Het is noodzakelijk dat (de implementatie van) wet- en regelgeving binnen Europa meer wordt geharmoniseerd en dat er geen aanvullende nationale regelgeving plaats- vindt.

4

Wij zijn ervan overtuigd dat genetische modificatie­kan bijdragen aan een duurzame wereldvoedselproductie en grotere noodzakelijke voedselzekerheid. Beslissingen over de markttoelating van nieuwe ggo’s moeten wat ons betreft op wetenschappelijke gronden genomen worden. Wij pleiten voor politieke moed om de ideologische impasse op dit terrein te doorbreken.

5

Wij zien de overheid als belangrijke partner in de verduurzaming van onze keten. We pleiten voor voortzetting van de steun van onze verduurzamingsprocessen, nationaal onder meer via de MJA3, en internationaal via onder meer het Initiatief Duurzame Handel.

6

Nauwe(re) samenwerking op het terrein van risicoanalyse en -management door uitwisseling van handels- en productiegegevens tussen het georganiseerde bedrijfsleven en de overheid, is een absolute noodzaak voor het waarborgen van voedsel- en diervoederveiligheid. De overheid moet ervoor zorgen dat door het wegvallen van het Productschap MVO niet de gedetailleerde inzichten in de handels- en productiestromen van onze keten verdwijnen.

7

Het waarborgen van voedsel- en diervoederveiligheid blijft een belangrijke prioriteit voor onze keten en de overheid. We moeten blijven investeren in de kwaliteit en kwantiteit van toezichthouders, minder en duidelijker regels en zware sancties voor bedrijven die de regels niet naleven.

8

Wij zijn goed op weg met het recyclen van frituurvet. Voor het fors verhogen van het aandeel ingezamelde vetten van huishoudens is het echter noodzakelijk dat (plaatselijke) overheden en het bedrijfsleven handen ineenslaan en met een actieplan komen.

9

De oliën- en vettenketen is tegen een verplichte herkomstetikettering. De bedrijven onderschrijven het belang van transparantie, maar zijn van mening dat verplichte herkomstetikettering de consument geen duidelijkheid biedt. Het vermelden van het land van oorsprong van een ingrediënt is nietszeggend voor de consument en de vermelding van de plaats van herkomst is in de praktijk onuitvoerbaar.

10

De oliën- en vettenketen wil zich samen met overheid en ketenpartijen inzetten voor een gezond voedings­patroon van consumenten en specifiek de jeugd. Samenwerking tussen het Voedingscentrum en MVO kan hierin een belangrijke rol spelen.

 

 

GA TERUG

NAAR DE INHOUDSOPGAVE