Verordening (EG) Nr. 1935/2004 stelt regels ten aanzien van de kwaliteit van verpakkingen van levensmiddelen, omschreven als 'materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen'. In deze verordening wordt uitdrukkelijk rekening gehouden met de ontwikkeling van actieve en intelligente verpakkingen.

Doel van de verordening is de verwezenlijking van een hoog beschermingsniveau in de EU van de volksgezondheid en het consumentenbelang. Zij bevat algemene bepalingen over de veiligheid van materialen en voorwerpen die bestemd zijn om met levensmiddelen in aanraking te komen, en bijzondere eisen m.b.t. actieve en intelligente verpakkingen. Tevens zijn er regels in opgenomen over etikettering, toelating van nieuwe stoffen en traceerbaarheid.

Voor bepaalde groepen materialen en voorwerpen kunnen bijzondere maatregelen worden genomen, zoals vaststelling van een lijst van toegelaten grondstoffen, zuiverheidsnormen en extra etiketteringseisen. Uit bijlage I blijkt dat het onder meer gaat om actieve en intelligente materialen en voorwerpen, keramiek (kruiken), glas (flessen) en kunststoffen (kuipjes).

Actieve verpakkingen zijn bedoeld om de houdbaarheid te verlengen of de toestand van verpakte levensmiddelen te handhaven of te verbeteren en geven stoffen af dan wel absorberen bepaalde stoffen. Intelligente verpakkingen geven de toestand van het verpakte levensmiddel of zijn omgeving aan. Bijzondere voorschriften voor actieve en intelligente materialen en voorwerpen zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 450/2009. Deze verordening moet worden toegepast naast de in Verordening (EG) nr. 1935/2004 vastgestelde vereisten voor veilig gebruik daarvan. 

In Nederland zijn bepaalde onderdelen uit de Verordening opgenomen in de Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen. Dit besluit bevat enige algemene eisen, een aantal strafbaarheidsbepalingen voor eisen in Europese verordeningen en een bepaling dat de minister van VWS regels kan stellen met betrekking tot de afgifte van bestanddelen van materialen en voorwerpen. Deze nadere regels zijn opgenomen in de Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen. Naast verwijzingen naar EU-regels bevat de Regeling voorwaarden voor materialen waarover in de EU minder of zelfs niets is geregeld. De Warenwetregeling bevat een groot aantal samenstellingseisen voor verpakkingen en gebruiksartikelen. Deze eisen zijn gericht op veilige producten: wie de eisen naleeft, levert veilige verpakkingen en gebruiksartikelen en voorkomt dat levensmiddelen die hiermee in contact komen, verontreinigd raken. 

Verordening (EU) 10/2011 is een bijzondere verordening in de zin van Verordening (EG) nr. 1935/2004, en harmoniseert de voorschriften voor de toelating van materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen, die al met levensmiddelen in contact zijn of waarvan verwacht kan worden dat dit zal gebeuren. Uitgesloten van de verordening zijn onder andere rubber en siliconen, waarvoor aparte bijzondere maatregelen moeten worden vastgesteld. Bij de productie van kunststof materialen en voorwerpen mogen uitsluitend stoffen worden gebruikt die op de EU-lijst van toegelaten stoffen staan (zie bijlage I). Er zijn onder andere uitzonderingen beschreven voor polymerisatiehulpstoffen, kleurstoffen en oplosmiddelen, minerale zouten, mengsels van toegelaten stoffen en stoffen die aanwezig zijn op de voorlopige lijst ter beoordeling door de EFSA. De verordening bepaalt tevens dat de totale migratie van bestanddelen van materialen en voorwerpen van kunststof naar levensmiddelensimulanten niet hoger mag zijn dan 10 mg per dm2 van de oppervlakte die met levensmiddelen in contact komt. Bewijsstukken die de testomstandigheden en de testresultaten omvatten en die de conformiteit aan de eisen uit de verordening aantonen, moeten door het bedrijf kunnen worden getoond aan de bevoegde autoriteiten. De zogenaamde Documents of Compliance (DoC).

Nieuwe limieten voor pvc-verpakkingen die geëpoxideerde sojaolie bevatten, die worden gebruikt voor het afdichten van glazen recipiënten en in aanraking worden gebracht met levensmiddelen zijn opgenomen in Richtlijn 2005/79/EGVerordening (EG) Nr. 1895/2005 regelt de beperking van het gebruik van bepaalde epoxyderivaten in materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen.

Andere toepasselijke wetgeving:

  • Verordening 2023/2006: goede fabricagemethoden
  • Richtlijn 2007/42: folie van geregenereerde cellulose
  • Verordening 10/2011
  • Richtlijn 82/711
  • Richtlijn 85/572: kunststof
  • Verordening 282/2008: recycled plastics
  • Verordening 372/2007: weekmakers in pakkingen van deksels
  • Richtlijn 78/142
  • Verordening 1895/2005: epoxyderivaten
  • Richtlijn 93/11: N-nitrosamines; rubber
Last modified: May 31, 2017 15:00