Novel Foods-verordening (EG) Nr. 258/97 regelt de toelating van nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten, de zgn. novel foods. Een novel food is een levensmiddel afkomstig van producten of processen die vóór het van kracht worden van Verordening 258/97/EG op 16 mei 1997 nog niet in de EU als levensmiddel op de markt was gebracht of niet in significante mate werd geconsumeerd. Om te bepalen of een product onder de Novel Foods-verordening valt, kan gebruik worden gemaakt van de volgende flowchart. Nieuwe voedingsmiddelen moeten worden onderzocht op mogelijke problemen voor de volksgezondheid als gevolg van consumptie van het betreffende voedingsmiddel.

Als een producent of verhandelaar een dergelijk levensmiddel op de Europese markt wil brengen, zal hij een toelatingsprocedure moeten doorlopen. De aanvraag tot toelating van een novel food of een notificatie van een novel food die reeds door een andere fabrikant in de markt is gebracht, dient te geschieden bij het ministerie van VWS vergezeld van een veiligheidsdossier over het betreffende novel food. De aanvrager zendt tegelijkertijd een afschrift van het verzoek aan de Europese Commissie. De Gezondheidsraad beoordeelt het dossier namens VWS en stuurt het advies naar de Europese Commissie, die het onder de lidstaten verspreidt. De lidstaten hebben vervolgens 60 dagen de tijd om bezwaren in te dienen. Indien er een aanvullende beoordeling nodig is of indien er een bezwaar is ingediend, mag de lidstaat geen toestemming voor verhandeling geven, doch is er een speciaal vergunningsbesluit van de Europese Commissie nodig volgens de procedure in het Permanent Comité voor de voedselketen en diergezondheid.  Indien een product wezenlijk gelijkwaardig is met een bestaand product op de Europese markt, kan het product na notificatie zonder verdere veiligheidsbeoordeling op de markt worden geplaatst (een zogenaamde artikel-5-aanvraag). De Commissie houdt verschillende lijsten bij over novel foods. Er is een lijst met aanvragen voor toelating, een lijst met notificaties en een lijst met toegelaten producten. Deze complete lijsten kunt u vinden in de EU Novel food catalogue. Ook kan een catalogus worden geraadpleegd om te bepalen of er in het verleden iets over een bepaald product is gezegd en wat de status is van het product. Aan de hand hiervan kan worden bepaald welke acties noodzakelijk zijn om het product te kunnen gebruiken. Opgemerkt moet worden dat ook al is een stof niet nieuw, sommige lidstaten toch wettelijke beperkingen kennen voor het gebruik. Ook als een stof wordt gebruikt in voedingssupplementen, is een gebruik ervan in andere levensmiddelen pas mogelijk na het doorlopen van een toelatingsprocedure met een positief resultaat. Onder andere de volgende stoffen (in dit geval uiteraard voornamelijk oliën, vetten en eiwitten) hebben een Novel Foods-status:

Smeersels op basis van gele vetten met toegevoegde fytosterolesters zijn novel foods. Op 24 juli 2000 is Beschikking 2000/500/EG houdende de verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van 'smeersel op basis van gele vetten met toegevoegde fytosterol-esters' als nieuw voedingsmiddel of nieuw voedingsingrediënt krachtens Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad gepubliceerd.

In Beschikking 2008/559 is vastgelegd dat geraffineerde Allanblackiazaadolie in de Gemeenschap in de handel mag worden gebracht als nieuw voedingsmiddel voor gebruik in smeersels op basis van gele vetten en smeerbare producten op basis van room.

Geraffineerde echiumolie mag in de Gemeenschap als nieuw voedselingrediënt in de handel worden gebracht voor gebruik in onder andere smeerbare vetproducten. Dit is vastgelegd in Beschikking 2008/558  van de Europese Commissie.

In Beschikking 2009/752 is vastgelegd dat een vetextract uit de schaaldieren Antarctic krill Euphausia superba in de Gemeenschap in de handel mag worden gebracht als nieuw voedingsmiddel voor gebruik in onder andere smeerbare vetten en dressings. Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/598 breidt deze toepassing uit tot DHA- en EPA-rijke olie uit Atlantische krill die in voedingssupplementen mag worden toegepast. 

In Beschikking 2009/777 is vastgelegd dat algenolie van de microalg Ulkenia in de Gemeenschap in de handel mag worden gebracht als nieuw voedingsmiddel voor gebruik in bakkerijproducten, graanrepen en alcoholvrije dranken. DHA- en EPA-rijke olie van de microalg Schizochytrium sp. mag dankzij Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/545 en  Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/546 in smeerbare vetten en dressings, bakvetten, diverse voedingsmiddelen en voedingssupplementen worden toegepast.

In Beschikking 2011/513 is vastgelegd dat fosfatidylserine uit sojafosfolipiden in de Gemeenschap in de handel mag worden gebracht als nieuw voedingsmiddel voor gebruik in zoetwaren op basis van chocolade, graanrepen, levensmiddelen en dranken op basis van yoghurt en poeders op basis van melkpoeder.

Korianderzaadolie mag volgens Uitvoeringsbesluit 2014/155/EU onder voorwaarden in bepaalde voedingssupplementen worden toegepast. 

Raapzaadeiwit is goedgekeurd voor toepassing in levensmiddelen (zie Uitvoeringsbesluit 2014/424/EU).

In Uitvoeringsbesluit 2014/463 is vastgelegd dat algenolie van de micoalg Schizochytrium sp. in de Gemeenschap in de handel mag worden gebracht als nieuw voedingsmiddel voor gebruik in o.a. smeerbare vetten en dressings, zuivelproducten, bakkerijproducten,ontbijtgranen, graanrepen en bakvetten.

Zowel in oliën en vetten als in voedingssupplementen mag dankzij Uitvoeringsbesluit 2014/890/EU koudgeperste chia-olie worden toegepast.

Geraffineerde buglossoidesolie mag dankzij Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1290 in boter en andere emulsies van oliën en vetten, inclusief smeerbare producten, en in andere voedingsmiddelen en -supplementen worden toegepast.

Via Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/115 is extract van gefermenteerde (niet genetisch gemodificeerde) sojabonen toegelaten voor toepassing onder voorwaarden in voedingssupplementen.

Vanaf 1 januari 2018 is nieuwe wetgeving van toepassing, namelijk Verordening 2015/2283. Dankzij deze nieuwe Verordening zal de vergunningsprocedure vlotter verlopen en kunnen veilige en innovatieve voedingsmiddelen sneller in de handel worden gebracht en onnodige handelsbelemmeringen uit de weg worden geruimd. De verordening voorziet in een gecentraliseerd vergunningssysteem dat een vlottere en snellere vergunningsprocedure waarborgt en aanvragers van een vergunning meer rechtszekerheid biedt. De EFSA zal de aanvragen aan een wetenschappelijke risicobeoordeling onderwerpen, terwijl de Commissie de dossiers van alle aanvragers zal beheren en voorstellen zal indienen voor de toelating van nieuwe en veilige voedingsmiddelen. Volgens de nieuwe Verordening moet een vergunning voor het gebruik van technisch vervaardigde nanomaterialen worden verleend, voordat ze in levensmiddelen mogen worden gebruikt. De EFSA zal de veiligheid van de nanomaterialen beoordelen. De aanvragers moeten ook aantonen dat bij het testen van de technisch vervaardigde nanomaterialen waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, de modernste testmethoden zijn gebruikt. In de nieuwe wet is nanomateriaal gedefinieerd als: ‘doelbewust geproduceerd materiaal dat een of meer dimensies heeft van 100 nm of minder of dat is samengesteld uit afzonderlijke functionele delen, intern of aan de oppervlakte, waarvan er vele een of meer dimensies hebben van 100 nm of minder, inclusief structuren, agglomeraten of aggregaten, die een omvang kunnen hebben van meer dan 100 nm, maar die eigenschappen behouden die kenmerkend voor nanoschaal zijn.’ 

 

 

Last modified: September 20, 2017 11:57