De verordening (EG) nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (geconsolideerde versie van 2 maart 2010) is op 19 januari 2007 in werking getreden en is sinds 1 juli 2007 van toepassing. Zoals de titel van de verordening al doet vermoeden, wordt onderscheid gemaakt tussen voedingsclaims en gezondheidsclaims.
Voedingsclaims zijn beweringen over energie, nutriënten of andere stoffen die het levensmiddel bevat of juist niet bevat (bijv 'Arm aan verzadigd vet'). Gezondheidsclaims zijn beweringen over het levensmiddel of een bestanddeel daaruit in relatie tot de gezondheid. Gezondheidsclaims worden onderverdeeld in:
- Generieke gezondheidsclaims (ook wel aangeduid als artikel 13-claims): beweringen over de rol van een nutriënt bij de groei en ontwikkeling en functies van het lichaam (bijv. 'Calcium is goed voor de botten'), of over psychologische functies of gedragsfuncties, of over het afslankende of gewichtsbeheersende effect of vermindering van hongergevoel.
- Claims gericht op de ontwikkeling en gezondheid van kinderen: bijv. 'Ondersteunt de hersenontwikkeling'.
- Ziekterisicoreductieclaims: beweringen die stellen dat de consumptie van het levensmiddel of een bestanddeel daaruit een risicofactor voor het ontstaan van een ziekte beperkt (zoals 'Verlaagt het risico op hart- en vaatziekten).
December 2007 heeft de Europese Commissie een Interpretatiedocument over de claimsverordening gepubliceerd waarin een duidelijke afbakening is opgenomen tussen 'artikel 13'- en 'artikel 14' claims.
Op 19 april 2008 zijn via verordening (EG) nr. 353/2008 (geconsolideerde versie van 21 december 2009) de voorschriften vastgesteld waarin o.a. bepaald wordt hoe een aanvraag voor een vergunning voor een gezondheidsclaim moet worden opgesteld. Zo zijn de voorschriften opgesteld over de vraag hoe de wetenschappelijke onderbouwing eruit moet zien.
Ter verduidelijking van artikel 28 over de verschillende overgangstermijnen hebben het ministerie van VWS en de Productschappencommissie Levensmiddelen Wetgeving (PLW) een samenvatting en een stroomschema gemaakt.
Toegestane claims
Via een online register van de Europese Commissie kunnen de toegestane en afgekeurde voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen worden bekeken.
Algemene voorwaarden voor het gebruik van voedings- of gezondheidsclaims:
- een claim moet begrijpelijk zijn voor de consument.
- een claim mag niet onjuist en niet misleidend zijn.
- een claim mag geen twijfel veroorzaken over veiligheid of geschiktheid van andere levensmiddelen.
- een claim mag geen aanzet geven tot overmatige consumptie.
- een claim mag niet stellen dat ondanks evenwichtige voeding de consument niet voldoendenutriënten binnenkrijgt.
- een claim mag geen vrees inboezemen.
- de nutriënt of stof waarvoor de claim wordt gemaakt is in zodanige vorm aanwezig dat deze door het lichaam kan worden gebruikt en in de hoeveelheid in het levensmiddel aanwezig of afwezig dat dit het beoogde effect voortbrengt. De werking van de nutriënt of stof waarvoor de claim wordt gemaakt is in voldoende mate wetenschappelijk onderbouwd.
- indien het levensmiddel is voorverpakt moet bij gebruik van een claim de voedingswaarde op het etiket worden vermeld, inclusief de nutriënt waarvoor een claim wordt gebruikt.
- indien het een voedingsclaim voor suikers, verzadigde vetten, vezels of natrium of indien het een gezondheidsclaim betreft, dienen in ieder geval de zogenaamde "grote 8" vermeld te worden plus de nutriënt of de voedingsstof waarover de claim is gemaakt als deze niet is opgenomen in de "grote 8". De "grote 8" bestaat uit: energie, eiwitten, koolhydraten, waarvan suikers, vetten, waarvan verzadigde vetzuren, voedingsvezels en natrium. Voor andere voedingsclaims kan worden volstaan met de declaratie van de zogenaamde "grote 4", plus de nutriënt of de voedingsstof waarover de claim is gemaakt als deze niet is opgenomen in de "grote 4". De "grote 4" bestaat uit energie, eiwitten, koolhydraten en vetten.
Voedingsclaims
In de bijlage van de verordening staan de toegelaten voedingsclaims en de definities waaraan deze moeten voldoen. Met betrekking tot energie, vetten en vitamines zijn de volgende voedingsclaims toegestaan:
| Lage energetische waarde: |
< 40 kcal/100g of < 20 kcal/100ml |
| Verlaagde energetische waarde: |
30% minder energie dan gebruikelijk in soortgelijke waren |
| Vetarm: |
3g vet/100g of 1,5g vet/100ml |
| Vetvrij |
Totaal vet <0,5 g/100g of 0,5 g/100ml („X % vetvrij” is verboden) |
| Arm aan verzadigde vetten: |
som verzadigd vet en transvet 1,5g/100g of 0,75g/100ml èn som verzadigd vet en transvet levert maximaal 10 energie% |
| Verhoogd gehalte aan mov: |
mov 30% hoger dan gebruikelijk in soortgelijke waren |
| Verlaagd gehalte aan vet/verzadigd vet/transvet: |
30% minder vet/verzadigd vet/transvet dan gebruikelijk in soortgelijke waren |
| Light: |
De claim "Light" staat voor een verlaagd gehalte van een nutrient en mag gebruikt worden wanneer het desbetreffende gehalte minimaal 30% lager is dan dat van een vergelijkbaar product. Bovendien moet bij de term 'Light' worden toegelicht waar de claim betrekking op heeft, bijvoorbeeld suiker, vet, etc.
NB. Voor smeerbare vetproducten zoals margarine en halvarine blijft de huidige regelgeving (Smeerbare vettenverordening) voor de term 'Light' of "Met laag vetgehalte" voorlopig bestaan, hetgeen betekent dat zij hiervoor ten hoogste 41% vet mogen bevatten. |
| Bron van vitamine x: |
product levert 15% van de ADH per redelijk geachte dagconsumptie |
| Rijk aan vitamine x: |
product levert 30% van de ADH per redelijk geachte dagconsumptie |
| Bron van omega-3-vetzuren |
0,3 g ALA of 40 mg EPA en DHA per 100g en per 100 kcal |
| Rijk aan omega-3-vetzuren |
0,6 g ALA of 80 mg EPA en DHA per 100 g en per 100 kcal |
| Rijk aan enkelvoudig onverzadigde vetzuren |
45% van de aanwezige vetzuren moet afkomstig zijn van enkelvoudig onverzadigde vetzuren en enkelvoudig onverzadigde vetzuren moeten 20% van de energie van het product leveren |
| Rijk aan meervoudig onverzadigde vetzuren |
45% van de aanwezige vetzuren moet afkomstig zijn van meervoudig onverzadigde vetzuren en meervoudig onverzadigde vetzuren moeten 20% van de energie van het product leveren |
| Rijk aan onverzadigde vetzuren |
70% van de aanwezige vetzuren moet afkomstig zijn van onverzadigde vetzuren en onverzadigde vetzuren moeten 20% van de energie van het product leveren |
De voedingsclaim "bevat (naam van de nutriënt)" mag worden gebruikt als in een levensmiddel ook een andere stof aanwezig is dan de stoffen waarvoor in de bijlage van de verordening specifieke voorwaarden zijn vastgelegd. Het product moet dan wel voldoen aan alle van toepassing zijnde bepalingen van de Claimsverordening, wat inhoudt dat een dergelijke stof een andere stof moet zijn dan die genoemd in de bijlage van de verordening, dat die stof een wetenschappelijk bewezen heilzaam, nutritioneel of fysiologisch effect moet hebben en in zodanig significante hoeveelheid aanwezig moet zijn in het product dat het geclaimde effect kan worden gerealiseerd.
Voor de vergelijkende claims (bijv. 'verlaagd gehalte aan verzadigd vet') bepaalt artikel 9 van de verordening dat alleen met levensmiddelen van dezelfde categorie mag worden vergeleken. De fabrikant zal duidelijk op de verpakking moeten aangeven waarmee wordt vergeleken en wat het geclaimde verschil is.
Claims die niet in de bijlage van de claimsverordening zijn opgenomen zijn sinds 20 januari 2010 niet meer toegestaan.
Gezondheidsclaims
De claimsverordening bepaalt dat een gezondheidsclaim alleen mag worden gehanteerd als die is goedgekeurd en gepubliceerd op een communautaire lijst. Verder geldt dat bij gebruik van gezondheidsclaims de volgende informatie op het etiket of in de reclame wordt aangebracht:
- een bewering waarin wordt gewezen op het belang van een gevarieerde, evenwichtige voeding en een gezonde levensstijl
- de benodigde hoeveelheid van het levensmiddel en het vereiste consumptiepatroon om het geclaimde heilzame effect te bereiken
- indien van toepassing, een vermelding voor mensen die het gebruik van het levensmiddel dienen te vermijden
- een passende waarschuwing voor producten die bij overmatig gebruik een gezondheidsrisico kunnen inhouden.
Voor alle gezondheidsclaims geldt dat ze voldoende wetenschappelijk onderbouwd moeten zijn, voordat ze zijn toegestaan. Voor 2 claims die vanuit het Productschap MVO zijn geïnitieerd, nl ‘Verantwoord Frituren’ , en ‘Vloeibaar, van nature gezonder’ heeft MVO zelf een wetenschappelijk document opgesteld ter onderbouwing van deze claims.
Artikel 13.- claims
Voor de algemene gezondheidsclaims gebaseerd op algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs (art. 13.1-claims) geldt dat de EU-lidstaten uiterlijk 31 januari 2008 een aanvraag hadden moeten indienen. De EC heeft vervolgens eind 2008 de lijst met ingediende claims ingediend bij EFSA met het verzoek wetenschappelijke opinies af te geven. (De lijst met daarop alle ingediende claims is te vinden op de website van EFSA (klik op deze pagina op link database with the list of health claims submitted to EFSA for evaluation)). Sindsdien heeft EFSA 2 'batches' met adviezen gepubliceerd, 2 of meer batches zullen nog volgen. EFSA hoopt haar adviezen halverwege 2011 te hebben afgerond.
De adviezen van EFSA zullen door de Europese Commissie worden gebruikt bij het samenstellen van de definitieve lijst met toegestane algemene gezondheidsclaims. Deze lijst moest officieel op 31 januari 2010 zijn gepubliceerd, maar deze deadline is niet gehaald. Nadat EFSA haar adviezen half 2011 heeft afgerond zal de Europese Commissie komen met de definitieve lijst met goedgekeurde artikel- 13 claims. Bij afkeuring van een claim geldt een overgangstermijn van 6 maanden.
Tot het moment dat de EC met een definitieve lijst komt zijn alleen de artikel 13.1-gezondheidsclaims toegestaan die in januari 2008 zijn ingediend door de lidstaten bij de EC. Daarbij mogen er geen claims op de markt verschijnen die negatief door EFSA zijn beoordeeld.
Artikel 13.-5 en 14-claims
Voor algemene gezondheidsclaims gebaseerd op nieuw wetenschappelijk bewijs (de artikel 13.5-claims) en de ziekterisicoreductieclaims en claims die verband houden met de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen (artikel 14 -claims) bestaat geen deadline. Daartoe kan op ieder moment door een levensmiddelenfabrikant een aanvraag worden ingediend. De aanvraag voor deze artikel 13.5- en artikel 14-claims geschiedt in Nederland via de VWA. De VWA controleert het dossier niet inhoudelijk, maar stuurt het door aan EFSA als de aanvraag aan een aantal absolute vereisten, zoals juiste adressering, voldoet (zie ook het EFSA-document Frequently Asked Question (FAQ)).
Gezondheidsclaims die betrekking hebben op de beperking van het risico op ziekte (zoals 'Dit product verlaagt het risico op hart- en vaatziekten') en op de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen moeten een uitgebreide autorisatieprocedure doorlopen voordat zij worden toegelaten. Claims die niet deze procedure doorlopen hebben, zijn niet toegestaan. Een lijst met beoordeelde gezondheidsclaims is on-line beschikbaar en te bekijken via deze link. Toegestane gezondheidsclaims kunnen in overeenstemming met de daarvoor geldende voorwaarden door elk levensmiddelenbedrijf worden gebruikt, tenzij het gebruik ervan in overeenstemming met artikel 21 (gegevensbescherming) is beperkt.
In de volgende tabel staan toegestane ziekterisicoreductieclaims en een kinderclaim over vetten:
|
Ziekterisicoreductieclaim
|
Voorwaarden
|
|
Het is aangetoond dat plantensterolen het bloedcholesterol verlagen. Een hoog cholesterolgehalte is een risicofactor voor de ontwikkeling van coronaire hartziekten.
|
Informatie voor de consument dat gunstig effect wordt verkregen bij dagelijkse inname van minstens 1,5 – 2,4 gram. De grootte van het effect mag alleen worden vermeld voor gele vetsmeersels, zuivelproducten, mayonaise en dressings. Als de grootte van het effect wordt vermeld, moeten het volledige bereik, “7 tot 10%”, en de duur om het effect te verkrijgen, “na twee tot drie weken”, aan de consument worden medegedeeld.
|
|
Het is aangetoond dat plantenstanolesters het bloedcholesterol verlagen. Een hoog cholesterolgehalte is een risicofactor voor de ontwikkeling van coronaire hartziekten.
|
|
Kinderclaim
|
|
|
Essentiële vetzuren zijn nodig voor een normale groei en ontwikkeling van kinderen
|
Informatie voor de consument dat het gunstige effect wordt verkregen bij een dagelijkse inname van 2 gram ALA en een dagelijkse inname van 10 g linolzuur.
|
|
De inname van DHA draagt bij tot de normale visuele ontwikkeling van zuigelingen tot de leeftijd van 12 maanden.
|
Informatie voor de consument dat het gunstige effect wordt verkregen bij een DI* van 100 mg DHA.
Wanneer de claim wordt gebruikt voor opvolgzuigelingenvoeding, moet het levensmiddel op vetbasis = 0,3% DHA bevatten.
|
|
De inname van DHA door de moeder draagt bij tot de normale ontwikkeling van de ogen bij de foetus en bij zuigelingen die borstvoeding krijgen.
|
Informatie aan zwangere en borstvoeding gevende vrouwen dat het gunstige effect wordt verkregen bij een DI van 200 mg DHA bovenop de ADI* voor omega-3-vetzuren voor volwassenen (250 mg DHA en EPA).
De claim mag alleen worden gebruikt voor levensmiddelen die zorgen voor een DI van ten minste 200 mg DHA.
|
|
De inname van DHA door de moeder draagt bij tot de normale ontwikkeling van de hersenen bij de foetus en bij zuigelingen die borstvoeding krijgen.
|
Voedings- en gezondheidsclaims voor smeerbare vetten
Voor smeerbare vetproducten, zoals margarine en halvarine, gelden aparte regels voor voedings- en gezondheidsclaims zoals vastgelegd in verordening 1234/2007 (geconsolideerde versie van 1 mei 2010). De oude regelgeving voor de term 'light' blijft gehandhaafd, wat betekent dat deze ten hoogste 41% vet mag bevatten.
In de volgende tabel staan de regels voor de smeerbare vetten:
| Voedingsclaim |
|
| Verminderd vetgehalte |
41% en 62% vet in product |
| Laag vetgehalte/light |
41% vet in product |
| Claim o.b.v. dieetwetgeving |
|
| Past in een cholesterolverlagend dieet |
50% MOV en 25% VV (inclusief transvetzuren) |
Voedingsprofielen (artikel 4)
Voedings- en gezondheidsclaims zijn alleen toegestaan indien het product voldoet aan een aantal (nog op te stellen) voorwaarden voor het gehalte aan vet, verzadigd vet, transvetzuren, suiker en zout, de zogenaamde voedingsprofielen. Hoewel in de verordening is opgenomen dat de Europese Commissie uiterlijk op 19 januari 2009 voedingsprofielen op zou opstellen, zijn er tot dusver nog geen definitieve criteria voor deze voedingsprofielen vastgesteld. Naar alle waarschijnlijkheid zullen de voedingsprofielen voor eind 2010 worden vastgesteld. Voldoet een product niet aan de voedingsprofielen dan is het gebruik van de claim toegestaan tot 2 jaar na vaststelling van de profielen.
Voor een gezondheidsclaim moet het product aan het gehele profiel voldoen, een voedingsclaim blijft echter toegestaan wanneer een nutriënt het voedingsprofiel overschrijdt, mits dit, even leesbaar als de claim en geplaatst op dezelfde zijde van de verpakking als de claim, wordt vermeld. Stelt dat snoepjes in de toekomst aan alle criteria van de voedingsprofielen voldoen, met uitzondering van suiker, dan mag er een claim gemaakt worden over vitamines, mits er wordt vermeld: 'bevat veel suiker'. Een uitzondering hierop vormen de voedingsclaims over de verlaging van het gehalte aan een van bovengenoemde nutriënten, bijvoorbeeld 'Verlaagd in verzadigd vet' of 'Light'. Hiervoor geldt dat wanneer de specifieke nutriënt(en) ten aanzien waarvan de claim wordt gedaan het profiel overschrijdt, dit NIET hoeft te worden vermeld (artikel 4 lid 2a). Bijvoorbeeld een claim als 'Verlaagd in verzadigd vet' is mogelijk als een product aan de toekomstige voedingsprofielen voldoet, behalve aan het criterium voor verzadigd vet en er een 30% reductie in verzadigd vet is. Bovendien moet bij de term 'light' worden toegelicht waarop de claim betrekking heeft bijvoorbeeld suiker of vet. Bij de claim' verlaagd energie' moet aangegeven worden als gevolg van welk nutriënt de energie verlaagd is.
De claimsverordening is in Nederland verankerd in het Warenwetbesluit Voedingswaarde-informatie levensmiddelen.
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Janneke van der Bijl (T: +31 (0) 70-319 5159, E: vanderbijl@mvo.nl).