In Kyoto zijn afspraken gemaakt over vermindering van de CO2-uitstoot, en de Nederlandse bijdrage is vastgesteld op zo'n 6 procent. Deze reductiedoelstelling is vertaald in een energiebesparingsdoel. Via de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen om het energieverbruik en daarmee de CO2-emissie te reduceren. De vergunningverlener, gemeente of provincie, kan kiezen of hij doel- of middelvoorschriften oplegt. De interpretatie van het energiebeleid van de ministeries VROM en EZ is via een circulaire in oktober 1999 bekendgemaakt aan de vergunningverleners.
Op 6 december 2001 heeft de oliën- en vettensector de tweede MJA ondertekend, de MJA2 . Deze Meerjarenafspraak is erop gericht dat zoveel mogelijk ondernemingen voor hun betrokken inrichtingen een bijdrage leveren aan de verbetering van de energie-efficiency van de branche door:
- het nemen van zekere rendabele maatregelen ter verbetering van de energie-efficiency binnen hun inrichting(en);
- systematische energiezorg binnen hun onderneming;
- het zo mogelijk uitvoeren van maatregelen op het gebied van verbredingsthema's.
Voor industriële bedrijven die meer dan 0,5 PJ verbruiken, staat het Convenant Benchmarking open. Essentie van het Convenant Benchmarking is dat bedrijven zich verplichten om op het gebied van energie-efficiency tot de top in de wereld te behoren. De bedrijven zullen alle maatregelen nemen die nodig zijn om tot de wereldtop te gaan behoren en om deze positie tijdens de looptijd van het Convenant (tot 2010) te behouden.