Het Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-Richtlijn milieubeheer implementeert Richtlijn 1999/13/EG en is van toepassing op vergunningplichtige inrichtingen die behoren tot een of meer van de categorieën van inrichtingen, die zijn genoemd in bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, voor zover zich in de inrichting een installatie, een bestaande installatie of een kleine installatie bevindt.
Het Oplosmiddelenbesluit is onder andere van belang voor oliën- en vettenbedrijven die oplosmiddelen gebruiken in het extractieproces. Bijlage I omvat de activiteiten waarop het besluit van toepassing is. Hierin staat onder meer:
'Extractie van plantaardige oliën en dierlijke vetten en raffinage van plantaardige oliën - Alle activiteiten waarbij plantaardige olie uit zaden en ander plantaardig materiaal wordt geëxtraheerd, droge residuen tot diervoeder worden verwerkt, of vetten en plantaardige olie uit zaden, plantaardig materiaal en/of dierlijk materiaal worden geraffineerd.'
In bijlage IIa staan emissiegrenswaarden en in bijlage IIb eisen voor op te stellen reductieprogramma's. Bij genoemde extractie staat in bijlage IIa als 'totale emissiegrenswaarde':
Dierlijk vet: 1,5 kg/ton Ricinus: 3,0 kg/ton Raapzaad: 1,0 kg/ton Zonnebloemzaad: 1,0 kg/ton Sojabonen (normale maling): 0,8 kg/ton Sojabonen (witte vlokken): 1,2 kg/ton Overige zaden en ander plantaardig materiaal: - 3 kg/ton (1) - 1,5 kg/ton (2) - 4 kg/ton (3)
Met als bijzondere bepalingen: (1) De totale emissiegrenswaarden voor installaties voor de verwerking van losse partijen zaden en ander plantaardig materiaal moeten door het bevoegd gezag per geval worden vastgesteld, met toepassing van de beste beschikbare technieken. (2) Geldt voor alle fractioneringsprocessen met uitzondering van ontgommen (het verwijderen van gom uit de olie). (3) Geldt voor ontgommen.
Paragraaf 4 schrijft het bijhouden van een oplosmiddelenboekhouding voor en paragraaf 5 de plicht tot informatieverstrekking aan het bevoegd gezag.
Terug naar overzicht