Met ingang van 1 januari 2006 zijn de zgn. hygiëneverordeningen van kracht. Het gaat hier om de Verordeningen (EG) Nrs. 852, 853 en 854/2004 die nieuwe algemene en specifieke hygiënevoorschriften omvatten en mede van toepassing zijn op dierlijke vetten. De nieuwe voorschriften hebben hoofdzakelijk ten doel een hoog niveau van consumentenbescherming op het vlak van voedselveiligheid te garanderen. Specifieke voorschriften zijn er met name voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong.
Verordening (EG) Nr. 852/2004 (19 pagina's) omvat de algemene hygiënevoorschriften op het gebied van levensmiddelen voor de exploitanten van levensmiddelenbedrijven (bijlage II), met de - uitgebreidere - HACCP-verplichting (zie artikel 5) als voornaamste bepaling. Deze verordening vervangt met ingang van 1 januari 2006 de zgn. Hygiënerichtlijn (93/43/EEG). De speciale regeling voor het zeetransport van oliën en vetten blijft in principe gehandhaafd.
Microbiologische criteria voor de aanvaardbaarheid van de (productie)processen en microbiologische voedselveiligheidscriteria met grenswaarden voor bepaalde micro-organismen zijn opgenomen in bijlage I van Verordening (EG) Nr. 2073/2005. Hierin staan ook de uitvoeringsmaatregelen waaraan exploitanten van levensmiddelenbedrijven in zijn algemeenheid moeten voldoen krachtens art. 4 van Verordening (EG) Nr. 852/2004 (invulling HACCP).
Bijlage I is nadien geheel vervangen middels Verordening (EG) Nr. 1441/2007.
Verordening (EG) Nr. 853/2004 (61 pagina's) omvat de aanvullende specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong. In bijlage I (onder 7) worden gesmolten dierlijke vetten gedefinieerd als: voor menselijke consumptie bestemde vetten die afkomstig zijn van het smelten van vlees, met inbegrip van de beenderen. Kanen worden omschreven als: het eiwithoudende residu van het smeltproces, na gedeeltelijke afscheiding van vet en water. Met 'producten van dierlijke oorsprong' worden onder meer bedoeld (zie onder 8) levensmiddelen van dierlijke oorsprong.
In bijlage II, sectie I staan de voorschriften m.b.t. identificatiemerken. Bijlage III, Sectie XII bevat de voorschriften voor gesmolten dierlijke vetten en kanen: in hoofdstuk I de voorschriften voor inrichtingen die grondstoffen verzamelen of verwerken, in hoofdstuk II de hygiënevoorschriften voor de bereiding van gesmolten vetten en kanen.
Grondstoffen mogen zonder actieve koeling worden opgeslagen en vervoerd indien zij worden gesmolten binnen 12 uur na de dag waarop zij zijn verkregen. Er mag maximaal 0,15 % onoplosbare onzuiverheden zitten in gesmolten rundvet, voor varkens- en ander dierlijk vet blijft 0,5 % de norm.
Via Verordening (EG) Nr. 1662/2006 is visolie geschikt voor menselijke consumptie onder de werking van Verordening (EG) Nr. 853/2004 gebracht. In bijlage III zijn de specifieke voorschriften voor visolie opgenomen in sectie VIII onder de visserijproducten (in plaats van onder de dierlijke vetten). Deze hebben betrekking op kwaliteit van de grondstoffen, erkenning van de inrichting waarin de visolie wordt geproduceerd en hygiëne van transport en opslag.
Ook is in deze verordening bepaald dat bij de vervaardiging van laagmoleculair collageen uit grondstoffen van niet-herkauwers de extrusiefase achterwege mag worden gelaten.
Ter bestrijding van de door deze verordening opgetreden problemen bij de import van visolie voor humane consumptie uit derde landen zijn deze voorschriften via Verordening (EG) Nr. 1020/2008 gewijzigd en enigszins versoepeld. Tevens worden hierbij de stappen in het productieproces genoemd die de ruwe visolie moet ondergaan alvorens hij tot humane consumptie kan dienen.
Met de inwerkingtreding van Verordening (EG) Nr. 853/2004 is de zgn. Vleesproductenrichtlijn (77/99/EEG zoals gewijzigd bij 92/5/EG) komen te vervallen. In afwachting van de vaststelling van de nodige bepalingen op basis van de nieuwe hygiëneverordeningen dan wel Richtlijn 2002/99/EG blijven de uitvoeringsbepalingen van de Vleesproductenrichtlijn voorlopig van toepassing. Alle Nederlandse bedrijven die erkend zijn op basis van de Vleesproductenrichtlijn, beschikken over een door de VWA goedgekeurd procesbeheerssysteem.
Voor de geconsolideerde tekst van Verordening (EG) nr. 853/2004, klik hier.
Verordening (EG) Nr. 854/2004 (45 pagina's) schrijft voor hoe officiële controles moeten worden uitgevoerd op de naleving van de eerste twee verordeningen, en welke procedures dienen te worden gevolgd bij de invoer van producten van dierlijke oorsprong. Dierlijk vet krijgt hierin geen bijzondere aandacht.
Voor de geconsolideerde tekst van Verordening (EG) nr. 854/2004, klik hier.
Via uitvoeringsverordening (EU) Nr. 739/2011 is bijlage I van Verordening (EG) nr. 854/2004 gewijzigd om de bepalingen van ante- en post-mortemkeuringen van karkassen en slachtafval geheel in lijn te brengen met het systeem van de Werelddiergezondheidsorganisatie OIE.
Door de indeling van visolie bij de visserijproducten (zie hierboven) is voor de importeurs van visolie Beschikking 2006/766/EG relevant geworden, waarin - in bijlage II - de lijst is opgenomen van derde landen van waaruit visserijproducten bestemd voor menselijke consumptie mogen worden ingevoerd. Bijlage II is geheel vernieuwd middels Besluit 2009/951/EU.
Dankzij Besluit 2010/602/EU is het verder met ingang van 7 oktober 2010 ook toegestaan om visolie voor menselijke consumptie uit Servië (uitgezonderd Kosovo) te importeren.
Met ingang van 26 februari 2011 is het dankzij Besluit 2011/131/EU ook mogelijk om dit type visolie van de Fiji-eilanden te importeren.
De officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen is geregeld in de zgn. Controleverordening (EG) Nr. 882/2004.
Uitvoeringsmaatregelen voor bepaalde producten die onder Verordening 853/2004 vallen en voor de organisatie van officiële controles overeenkomstig de Verordeningen (EG) Nrs. 854/2004 en 882/2004, tot afwijking van Verordening (EG) Nr. 952/2004 en tot wijziging van de Verordeningen (EG) Nrs. 853 en 854/2004 zijn opgenomen in Verordening (EG) Nr. 2074/2005. Hierin worden bijvoorbeeld specifieke eisen, waaronder modelgezondheidscertificaten, vastgesteld voor de invoer uit derde landen van (grondstoffen voor de productie van) gelatine en collageen voor menselijke consumptie; ook staan er voorschriften voor de etikettering van gelatine in. Via Verordening (EG) Nr. 1022/2008 is de geharmoniseerde TVB-N-waarde voor vissen bestemd voor de productie van visolie voor humane consumptie vastgelegd, met de mogelijkheid voor de EU-lidstaten om voor bepaalde vissoorten een hogere waarde te hanteren totdat hierover op EU-niveau overeenstemming is bereikt.
In Verordening (EG) Nr. 1664/2006 zijn nieuwe modelgezondheidscertificaten voor (grondstoffen voor) gelatine en collageen opgenomen die beter in de Traces-systematiek passen. Tevens vindt u daar het modelgezondheidscertificaat voor de invoer uit derde landen van visolie bestemd voor humane consumptie (Aanhangsel IV van de gewijzigde Verordening (EG) 2074/2005). In Verordening (EG) Nr. 1663/2006 is nog bepaald dat het volstaat om deze certificaten in de officiële taal of talen van de ontvangende EU-lidstaat op te stellen. Het gebruik van de taal van het land van herkomst is facultatief.
Het model gezondheidscertificaat voor de invoer uit derde landen van visolie bestemd voor humane consumptie is via Verordening (EG) nr. 1250/2008 gewijzigd. Dit nieuwe model is per 1 januari 2009 van toepassing, al geldt ook hier een overgangsperiode waarin de oude modellen nog geaccepteerd worden.
Ter voorkoming van de onderbreking van het traditionele handelsverkeer bepaalt Verordening (EG) Nr. 1666/2006 dat exploitanten van levensmiddelenbedrijven tot en met 30 april 2009 visolie mogen blijven invoeren uit inrichtingen in derde landen die daartoe vóór 25 november 2006 zijn erkend. Deze visolie mag nog uiterlijk tot 30 juni 2009 de EU worden binnengebracht, mits voorzien van een certificaat dat getekend is vóór 30 april 2009.
De nieuwe lijst van derde landen en gebieden waaruit visserijproducten (waaronder in dit geval visolie) voor humane consumptie mogen worden ingevoerd, is terug te vinden in bijlage II van Beschikking 2006/766/EG. Deze lijst omvat onder meer Peru en Chili. Komen deze producten van de aquacultuur dan is de import ook mogelijk (zie Beschikking 2006/767/EG) mits producten afkomstig van soorten die vatbaar zijn voor de in deze beschikking aangeduide visziekten vergezeld gaan van een erkenning van de bevoegde autoriteit in het derde land dat de vissen vrij waren van de ziektes in kwestie.
Deze verordening is wat betreft de uiterste overgangstermijn voor import van visolie gewijzigd middels Verordening (EG) Nr. 1023/2008.
Genoemde verordeningen zijn licht gewijzigd middels Verordening (EG) Nr. 2076/2005 waarin enkele overgangsregelingen zijn opgenomen voor de uitvoering van de verordeningen 853/2004, 854/2004 en 882/2004.
Deze overgangsmaatregelen zijn verlengd voor de jaren 2010 t/m 2013 via Verordening (EG) nr. 1162/2009.