In het Besluit van 7 december 1993, houdende regels betreffende de produktie en de handel in vleesprodukten worden eisen gesteld aan bedrijven die vleesproducten, waaronder dierlijke vetten en kanen, produceren en/of in de handel brengen. Met dit besluit is de wijziging van de Vleesproductenrichtlijn waarbij dierlijke vetten aan de richtlijn zijn toegevoegd, in Nederlandse regelgeving geïmplementeerd.
Er worden uiteenlopende eisen gesteld aan de industriële bereiding, verwerking en verpakking van vleesproducten, afhankelijk van het type product. In artikel 6 staat bijvoorbeeld de plicht tot invoering van HACCP genoemd en in artikel 10 onder f dat de minister van VWS gerechtigd is microbiologische normen te stellen voor vleesproducten die niet bij kamertemperatuur bewaard kunnen worden. Artikel 11 bepaalt mede dat gesmolten dierlijke vetten bestemd voor humane consumptie moeten worden beschouwd als vleesproducten in de zin van de Vleeskeuringswet.
In bijlage A staan de algemene voorwaarden voor de erkenning van inrichtingen en de algemene hygiënische voorwaarden opgenoemd. Bijlage B bevat bijzondere voorwaarden voor vleesproducten.
In bijlage C staan specifieke hygiënische voorschriften voor de vervaardiging van andere producten van dierlijke oorsprong, waarbij hoofdstuk II geheel is gewijd aan bijzondere voorwaarden voor gesmolten dierlijke vetten, kanen en bijproducten van het smeltproces. Hier staat de verplichting (onder B, 3.b.) tot het aanhouden van een koel- of vrieshuis voor opslag van de grondstoffen waar de temperatuur maximaal 7 graden Celsius is tenzij de grondstoffen uiterlijk 12 uur na de dag van verkrijging worden gesmolten. Ook staan de maxima opgenomen voor premier jus, FFA, peroxydegetal en vocht en onzuiverheden, al naar gelang het soort dierlijk vet.
Voor de volledige tekst van het Besluit produktie en handel in vleesprodukten, klik hier.