De Controlerichtlijn 97/78/EG stelt de beginselen vast voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten van dierlijke oorsprong uit derde landen. De richtlijn bevat een systeem van erkende grensinspectieposten aan de buitengrenzen van de EU. Veterinaire deskundigen van de Europese Commissie kunnen nagaan, of de inspectieposten aan de grens (nog) voldoen aan alle in de richtlijn daarvoor gestelde criteria.
De lijst erkende grensinspectieposten voor invoer van producten van dierlijke oorsprong alsmede de vaststelling van de veterinaire eenheden in het Traces-systeem (voor tracering van partijen, opvolger van het Animo-systeem) zijn te vinden in Beschikking 2009/821/EG en is verder aangevuld middels Beschikking 2009/822/EG.
Op 27 november 2009 is deze lijst nogmaals gewijzigd via Beschikking 2009/870/EG en op 12 mei 2010 via Besluit 2010/277/EU. Op 14 oktober 2010 is deze lijst grensinspectieposten en veterinaire eenheden nogmaals gewijzigd, en wel via Besluit 2010/617/EU. In Besluit 2011/93/EU van 10 februari 2011 zijn wederom op verzoek van diverse lidstaten wijzigingen in genoemde lijsten aangebracht.
Via Uitvoeringsbesluit 2012/197/EU van 16 april 2012 zijn opnieuw op verzoek van diverse lidstaten wijzigingen in de lijsten aangebracht.
De controles aan de buitengrens bestaan in een D-(documenten)controle, een O-(overeenstemmings)controle en een M-(materiële)controle. Eetbare dierlijke vetten worden vrijwel nooit ingevoerd via de Nederlandse EG buitengrens (zeezijde). Dit is wel het geval met de niet voor menselijke consumptie bestemde vetten, zoals de Amerikaanse talk. Het merendeel van de technische vetten is echter afkomstig uit het Oostblok en komt Nederland binnen via de Duitse inspectieposten, waar de D- en O-controle plaatsvindt. M-controle vindt alleen plaats bij invoer voor menselijke consumptie.
De richtlijn bevat de mogelijkheid vrijwaringsmaatregelen te nemen bij uitbreken van dierziekten in derde landen. Artikel 8 bevat de basis voor een kanalisatiesysteem voor producten die alleen voor specifieke doeleinden mogen worden ingevoerd; daarbij wordt van het Animo-net gebruik gemaakt voor het verstrekken van aanvullende informatie.
De Commissie heeft op 4 april 2011 een Uitvoeringsbesluit 2011/215/EU afgekondigd met daarin voorschriften voor wat betreft het overladen in de grensinspectiepost van binnenkomst van zendingen producten, bestemd voor invoer in de EU of voor derde landen. Dit besluit vervangt met ingang van 1 mei 2011 de Beschikking 2000/25/EG.
De richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in het Besluit invoer producten van dierlijke oorsprong uit derde landen en per 30 april 2000 in de daarop gebaseerde Regeling nadere voorschriften inzake de invoer van producten van dierlijke oorsprong uit derde landen.
De Regeling uitvoering Europese vrijwaringsmaatregelen dieren en producten maakt dat Europese maatregelen waarbij invoer uit derde landen van o.a. dierlijke producten in verband met dierziekten wordt geweerd dan wel beperkt, rechtstreeks doorwerken in het nationale recht.
De volledige lijst dieren en dierlijke producten die bij import in de Europese Unie een veterinaire controle krachtens Richtlijn 97/78/EG moeten ondergaan, is vastgelegd in Beschikking 2007/275/EG. De lijst in bijlage I bij deze beschikking is middels Uitvoeringsbesluit 2012/31/EU gewijzigd teneinde de terminologie aan te passen aan die in de nieuwe Dierlijke Bijproductenverordening alsook aan de recentste wijzigingen en verfijningen in de GN-codes voor de desbetreffende dieren en dierlijke producten.