De Uitvoeringsregeling E.G.-verordening gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten is op 9 september 2003 in werking getreden. Voornaamste elementen in genoemde regeling zijn de strafbaarstelling van de overtreding van de Bijproductenverordening en de verplichting voor bedrijven die categorie 1-, 2- of 3-materiaal ophalen, opslaan en/of bewerken (incl. de ophalers en verwerkers van frituurvet en de oleochemie) een erkenning van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aan te vragen via de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV).
De erkenningen kunnen uitsluitend worden verleend na een bedrijfscontrole en dienen uiterlijk op 1 mei 2004 in het bezit van het bedrijf te zijn. Ondernemers die een nieuw bedrijf willen beginnen dat onder de Dierlijke Bijproductenverordening gaat vallen, dienen vanaf het begin van hun bedrijfsmatige activiteit zo'n erkenning te bezitten.
Voorts bevat de regeling de verplichting voor verwerkingsbedrijven en intermediairs om een intern bedrijfscontrolesysteem volgens de HACCP-systematiek in te voeren.
Deze regeling heeft op 27 januari 2004 een wijziging ondergaan. Afgezien van enkele strikt redactionele wijzigingen (andere nummering, andere interpunctie) gaat het hierbij met name om de plicht om de VWA een kopie van het handelsdocument te sturen voorafgaand aan de verzending van bepaalde dierlijke bijproducten naar een andere EU-lidstaat en om de mogelijkheid om kadavers van pelsdieren bij een erkend intermediair categorie 2-bedrijf te onthouden alvorens de onthuide kadavers als categorie 2-materiaal te verwerken.
Tevens is de Regeling keuring en handel dierlijke producten aangepast aan de bepalingen van de Bijproductenverordening en is de Regeling verbod verwerkte dierlijke eiwitten als meststof ingetrokken.
Voor de volledige tekst van de Wijzigingsregeling, klik hier.
Op 29 maart is de uitvoeringsregeling opnieuw gewijzigd. Hierbij werd verboden categorie 3-materiaal vanuit een derde land in de Gemeenschap te importeren, tenzij is voldaan aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15 van de BSE-verordening (EG) Nr. 999/2001 (implementatie Verordening (EG) Nr. 1139/2003). Tevens is de verplichting tot het aanbieden van categorie 1- en 2-materiaal geschrapt in de gevallen waarbij dit materiaal is bestemd voor diagnose, onderwijs, onderzoek en taxidermie in technische bedrijven, mits de minister van LNV uiteraard toestemming voor deze activiteiten heeft verleend.
Voor de volledige tekst van de wijzigingsregeling, klik hier.
Op 2 december 2004 zijn enkele aanvullende Nederlandse maatregelen in de BSE-sfeer ingetrokken, waaronder het importverbod voor Franse en Duitse dierlijke vetten bestemd voor vervoedering aan landbouwhuisdieren. De Uitvoeringsregeling is daarbij tevens aangepast om de definitie van gespecificeerd risicomateriaal te beperken tot die van Verordening (EG) Nr. 999/2001. Geschrapt wordt dus de laatste passage in het desbetreffende Artikel 1, lid 2 ', alsmede de thymus, milt en tonsillen van uit Frankrijk afkomstige in Nederland geslachte runderen, ongeacht hun leeftijd.'
Voor de volledige tekst van de Regeling intrekking enige veterinairrechtelijke voorschriften, klik hier.
Nieuw Destructiebesluit
Per 7 september 2005 treedt het Besluit van 29 juni 2005, houdende regels inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (Destructiebesluit) in werking. Dit nieuwe Destructiebesluit vervangt bovenstaande Uitvoeringsregeling, leidt tot het deels buiten toepassing verklaren van de (oude) Destructiewet en tot intrekking van de Destructiewet 1996. Inhoudelijk komt het nieuwe besluit vrijwel overeen met de uitvoeringsregeling, maar dan aangevuld met de nog relevante bepalingen uit de oude Destructiewet.
Klik hier voor de tekst van dit Destructiebesluit.
De voorschriften voor het aangeven, bewaren en aanbieden van categorie 1- en 2-materiaal alsmede voor het bewaren van categorie 3-materiaal zijn opgenomen in de Regeling dierlijke bijproducten , die eveneens per 7 september 2005 in werking treedt.
Via de Wijziging Regeling dierlijke bijproducten heeft Nederland besloten gebruik te maken van de mogelijkheid om alternatieve methoden voor de verwerking van dierlijke bijproducten zoals genoemd in Verordening (EG) Nr. 92/2005 toe te staan (zie Uitvoeringsverordening (EG) Nr. 92/2005).
Het gaat onder meer om biodieselproductie, verbranding van dierlijk vet in een thermische ketel en thermomechanische biobrandstofproductie. Voor categorie 1- en 2-materiaal is bepaald dat de minister op aanvraag toestemming kan verlenen tot behandeling, verwerking of verwijdering volgens een der genoemde methoden (artikel 8b). Categorie 3-materiaal heeft een generieke toestemming gekregen (artikel 8c).
Tevens zijn de VWA en de AID hierin aangewezen als bevoegde autoriteiten voor het uitvoeren van controlemaatregelen en is de koelingseis geschrapt voor categorie 3-materiaal dat bestemd is om te worden verwerkt in een biogas- of composteerinstallatie.
Vernieuwde regeling
Vanwege de vele wijzigingen in Europese en Nederlandse wet- en regelgeving is de Regeling dierlijke bijproducten met ingang van 1 januari 2008 vervangen door de Regeling dierlijke bijproducten 2008. Hierbij zijn geen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd.
Alternatief handelsdocument
Deze nieuwe regeling is per 1 januari 2009 gewijzigd onder meer om het merken en het vervoer van dierlijke bijproducten zoals vastgelegd in Verordening (EG) nr. 1432/2007 ten uitvoer te leggen. Tevens is hierin de mogelijkheid geregeld om een alternatief handelsdocument dan het Europees voorgeschreven model te gebruiken voor vervoer van dierlijke bijproducten uitsluitend binnen Nederland.
Ophaalfrequentie kleine kadavers
Met ingang van 1 januari 2010 is opnieuw een wijziging doorgevoerd. Voornaamste doel hiervan is de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 2007/2006, waarbij onder andere de ophaalfrequentie van kleine kadavers is versoepeld tot eens in de twee weken.
Per 1 januari 2011 geldt een wijziging van 7 december 2010 en een wijziging van 16 december 2010 die beide per 1 januari 2011 in werking zijn getreden. De eerste wijziging betreft het verbod om verwerkte dierlijke eiwitten naar derde landen te exporteren voor andere doeleinden dan diervoeders, tenzij is voldaan aan de bepalingen van de TSE-verordening (EG) nr. 999/2001. De tweede wijziging betreft de vaststelling van de tarieven voor 2011 voor het transport en de verwerking van kadavers, slachtafval en bloed.
Voor een geconsolideerde versie van de Regeling dierlijke bijproducten 2008 die vanaf 1 januari 2011 van kracht is, klik hier.