De Europese Commissie heeft middels Verordening (EG) Nr. 878/2004 de EU-lidstaten de mogelijkheid geboden af te wijken van de Bijproductenverordening (1774/2002) in die zin dat zij onder voorwaarden de import mogen toestaan van onder meer uit categorie 1-materiaal verkregen gesmolten vet dat is geproduceerd met behulp van methode 1 zoals beschreven in hoofdstuk III van bijlage V. De Nederlandse overheid heeft nog niet besloten of zij van deze mogelijkheid gebruik zal maken.
Dit vet en de daarvan afgeleide producten dienen aan strikte normen te voldoen en mogen uitsluitend bepaalde technische bestemmingen krijgen. De Europese Commissie heeft uitsluitend aangegeven welke technische bestemmingen niet zijn toegestaan, de EU-lidstaten mogen ieder afzonderlijk verdere beperkingen stellen ten aanzien van de toegestane technische toepassingen.
Verordening (EG) Nr. 878/2004 is opgesteld op speciaal verzoek van de oleochemische industrie in de Europese Unie. Deze had haar bezorgdheid geuit over het verbod op de import in de EU van categorie 1-materiaal dat gespecificeerd risicomateriaal kan bevatten.
De Europese Commissie hoopt binnenkort het wetenschappelijke advies te ontvangen ten aanzien van het risico op BSE in een aantal van runderen afkomstige producten, waaronder talg. Vandaar dat deze verordening wordt aangeduid als verordening tot vaststelling van overgangsmaatregelen, die het mogelijk moet maken bepaalde producten die als categorie 1- dan wel 2-materiaal zijn ingedeeld en die uitsluitend bestemd zijn voor technisch gebruik, alsnog in de handel te brengen, door te voeren, in te voeren en uit te voeren. Genoemde producten mogen overigens niet afkomstig zijn van categorie 1-materiaal van dieren die positief op BSE zijn getest.
Er mag geen risico voor volks- of diergezondheid noch voor het milieu ontstaan. Ontvanger mag alleen een bedrijf zijn dat overeenkomstig art. 18 van de Bijproductenverordening is erkend. Het bedrijf moet een administratie bijhouden die aan art. 9 van de Bijproductenverordening voldoet en mag de bijproducten alleen gebruiken voor de technische toepassingen die door de EU-lidstaat zijn goedgekeurd. De bevoegde autoriteit zal minimaal tweemaal per jaar controleren of de voorgeschreven strikte scheiding van stromen op de juiste wijze wordt nageleefd.
De invoer dient te worden gekanaliseerd en bij opslag en vervoer moeten de desbetreffende producten worden voorzien van een etiket op de verpakking met de tekst 'Verboden in levensmiddelen, diervoeders, meststoffen, cosmetische producten, geneesmiddelen en medische hulpmiddelen'. Zijn ze echter juist bestemd voor geneesmiddelen die conform de EU-wetgeving worden geproduceerd en waarvoor het gebruik van deze grondstoffen noodzakelijk is (zoals bij gelatine), dan dient op het etiket de aanduiding 'Uitsluitend bestemd voor geneesmiddelen' te worden gebruikt.
De verordening is reeds op 1 mei jl. in werking getreden om geen juridisch vacuüm te laten ontstaan (in Verordening (EG) Nr. 812/2003 was namelijk bepaald dat tot en met 30 april 2004 van het invoerverbod mocht worden afgeweken). Tot slot sluit de verordening aan op de vorige 'overgangsverordening' met de bepaling dat de oude certificaten voor import in de EU door derde landen nog tot en met 15 juni mogen worden gebruikt, en dat de EU-lidstaten nog tot en met 15 augustus de invoer toestaan van partijen die van deze oude documenten vergezeld gaan.
Voor de tekst van Verordening (EG) Nr. 878/2004, klik hier.
Vismeel in bepaalde diervoeders en voor techniek
Met ingang van 22 december 2006 hebben de EU-lidstaten tevens de mogelijkheid gekregen bepaalde soorten categorie 2-materiaal met laag risico, waaronder waterdieren en producten afgeleid van of geproduceerd door deze dieren (zoals vismeel), toe te staan voor toepassing in voeders voor andere dan landbouwhuisdieren, voeders voor pelsdieren of voor technisch gebruik. Verordening (EG) Nr. 878/2004 is hiertoe gewijzigd middels Verordening (EG) Nr. 1877/2006.