English
 
 » Wet- en regelgeving » Dierlijk vet » Dierlijke bijproducten » Dierlijke Bijproductenverordening 1069 2009 » Dierlijke Bijproductenverordening 1774/2002
 Wet- en regelgeving  
  
 
 Dierlijke Bijproductenverordening 1774/2002  


In de Verordening (EG) Nr. 1774/2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten, kortweg de Bijproductenverordening, worden de dierlijke bijproducten onderscheiden in 3 categorieën:

  • Categorie 1-materiaal
    Categorie 1-materiaal: dit is de categorie met het hoogste risico en omvat dierlijke bijproducten, die een risico vormen in verband met overdraagbare spongiforme encefalopathie, waaronder de gekke koeien ziekte (BSE). Gespecificeerd risico materiaal (SRM) en kadavers van herkauwers (die nog SRM bevatten), vallen als zodanig onder deze categorie. Ook de aanwezigheid van residuen van verboden stoffen als hormonen, dioxines en PCB's leidt tot indeling in deze categorie.
    Dierlijke producten, die tot deze categorie behoren, moeten volledig worden verwijderd door (mede)verbranding of storting.
    Voor de volledige tekst van de bepalingen inzake categorie 1-materiaal, klik
    hier.
  • Categorie 2-materiaal
    deze categorie omvat de bijproducten, die een risico vormen i.v.m. met andere dierziekten dan overdraagbare spongiforme encefalopathieën of de aanwezigheid van diergeneesmiddelen. Ook dierlijke bijproducten, afkomstig van kadavers (andere dan van herkauwers met SRM) vallen onder deze categorie. Dierlijke bijproducten van deze categorie mogen worden verwerkt tot bepaalde andere doeleinden dan diervoeder, zoals biogasproductie en compost.
    Voor de volledige tekst van de bepalingen inzake categorie 2-materiaal, klik
    hier.
    Het na voorbewerking door de destructor verkregen gesmolten vet mag door een oleochemisch bedrijf worden verwerkt tot vetderivaten voor technisch gebruik en dus niet voor cosmetica en geneesmiddelen.
  • Categorie 3-materiaal
    deze categorie omvat de bijproducten, die afkomstig zijn van voor en na de slachting voor menselijke consumptie goedgekeurde dieren.
    Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de delen van slachtdieren, die geschikt zijn verklaard voor menselijke consumptie, maar om commerciële redenen voor diervoeding worden bestemd, en de voor menselijke consumptie ongeschikt verklaarde delen, die geen symptomen van op mens of dier overdraagbare ziekten vertonen en afkomstig zijn van voor menselijke consumptie geschikt verklaarde karkassen.
    Onder deze categorie vallen ook de voedingsmiddelen geheel of gedeeltelijk van dierlijke oorsprong, die om commerciële redenen of als gevolg van productie- of verpakkingsproblemen, die geen gevaar vormen voor mens of dier, bestemd worden voor diervoeding. Tenslotte valt vis, die in volle zee is gevangen voor de productie van vismeel, onder deze categorie, zodat ook de daaruit verkregen visolie voor diervoeding mag worden gebruikt, mits voorzien van een (nog op te stellen) gezondheidscertificaat.
    Voor de volledige tekst van de bepalingen inzake categorie 3-materiaal, klik
    hier.


Categorie 3 vormt feitelijk de "positieve lijst" van grondstoffen voor de vervaardiging van ingrediënten van dierlijke oorsprong die in diervoeding verwerkt mogen worden.

De verordening verbiedt onder meer het vervoederen van dierlijke eiwitten binnen dezelfde soort (kannibalismeverbod). Zij bevat voorts een verscherping van de controles om dierlijke bijproducten in elk sector te kunnen traceren, zodat de voor menselijke of dierlijke gezondheid gevaarlijke bijproducten niet terug kunnen worden gebracht in de voederketen of in de voedselketen. Alle verwerkingsbedrijven en opslagbedrijven moeten bovendien door de overheid worden erkend. Om voor deze erkenning in aanmerking te komen moeten de bedrijven - naar analogie van de Vleesproductenrichtlijn - beschikken over een door de overheid gevalideerd procesbeheersingssysteem op basis van de HACCP-beginselen. Hierdoor bestaat er voor de dierlijke vetten voor diervoeding een vergelijkbare borgingssystematiek als voor de dierlijke vetten bestemd voor humane consumptie.

De verordening bevat tevens bepalingen over de
invoer van dierlijke bijproducten (en daarvan afgeleide producten) uit derde landen. De nieuwe verordening is sinds 1 mei 2003 van toepassing. De gezondheidscertificaten bij invoer van dierlijke producten bestemd voor diervoeder of techniek zullen met ingang van 1 mei 2004 van kracht zijn.

In de Bijproductenverordening is ook het verbod op vervoederen van frituurvet opgenomen. In bepaalde landen is vervoedering van frituurvet en swill echter tijdelijk toegestaan. 

Sinds de afkondiging van Verordening (EG) Nr. 1774/2002 op 10 oktober 2002 zijn enkele
wijzigingen doorgevoerd, met als voornaamste die opgenomen in Verordening (EG) Nr. 808/2003. Tevens zijn middels Verordening (EG) Nr. 668/2004 de modellen gepubliceerd van de gezondheidscertificaten die sinds 1 mei 2004 verplicht gebruikt moeten worden.

Oleochemie: uitzondering
Op 1 mei 2004 is tevens ingegaan Verordening (EG) Nr. 878/2004 over de mogelijkheid die lidstaten hebben om ten behoeve van de oleochemie (techniek) onder strikte voorwaarden (waaronder een controleerbare kanalisatie van stromen) de import uit derde landen van categorie 1-vetten toe te staan. Klik
hier voor nadere details.
Dankzij
Verordening (EG) Nr. 416/2005 mogen sinds 15 maart 2005 dierlijke bijproducten en bloedproducten voor technisch gebruik (incl. farmaceutisch gebruik) uit Japan worden geïmporteerd.

Cat. 1-vetten voor biogas, hydrolyse en biodiesel
Vanaf 1 januari 2005 is van toepassing
Verordening (EG) Nr. 92/2005 waarin de Europese Commissie onder meer de (in de bijlagen omschreven) procédés alkalische hydrolyse, biogasproductie via hydrolyse onder verhoogde druk en biodieselproductie erkent als procédés voor de behandeling en verwijdering van (dierlijke vetten verkregen uit) categorie 1-materiaal. Ook worden deze procédés, alsmede hydrolyse bij verhoogde temperatuur en druk en Brookes-vergassing, hier goedgekeurd als methode voor de behandeling en het gebruik of de verwijdering van categorie 2- en 3-materiaal.

Handelsdocument
Vanaf 1 januari 2005 is ook van toepassing
Verordening (EG) Nr. 93/2005 waarin behalve de verwerkingsparameters voor de bijproducten van vis tevens is opgenomen het model handelsdocument voor het vervoer van (verwerkte producten van) dierlijke bijproducten in de EU.

Verbranding in thermische ketel
Op 20 december 2005 is
Verordening (EG) Nr. 2067/2005 in werking getreden. Deze erkent de verbranding van dierlijke vetten in een thermische ketel onder aanhouding van verscheidene procesparameters als een veilig procédé voor de verwerking dan wel het gebruik van dierlijke bijproducten. Ook wordt hierin bepaald dat biodiesel verkregen uit categorie 1-materiaal niet hoeft te worden voorzien van een permanente merker. Tevens worden enkele nieuwe procesparameters voor het biodieselprocédé vastgelegd.

Biologische meststoffen en bodemverbeteraars
In
Verordening (EG) Nr. 181/2006 wordt het verbod op toepassing van categorie 2- en 3-materiaal in biologische meststoffen en bodemverbeteraars onder voorwaarden opgeheven. Er dient onder meer aan bepaalde gezondheidsvoorschriften betreffende verhitting en veilig bronmateriaal te worden voldaan.

Voormalige voedingsmiddelen
EU-lidstaten hebben dankzij
Verordening (EG) Nr. 197/2006 de mogelijkheid om voormalige voedingsmiddelen die niet van dierlijke oorsprong zijn en evenmin met dierlijke bijproducten in aanraking zijn gekomen (bv. oud brood, gebak, deegwaren e.d.) tot en met 31 juli 2007 toe te passen in diervoeder.
Via
Verordening (EG) Nr. 832/2007 is deze verordening gepreciseerd en is de termijn verlengd tot 31 juli 2009.

Biogas- en composteerinstallaties
De Europese Commissie heeft, op advies van de EFSA, besloten andere procesparameters toe te staan voor biogas- en composteerinstallaties die dierlijke bijproducten en mest verwerken. Dit is geregeld in
Verordening (EG) Nr. 208/2006.
Ook is, via
Verordening (EG) Nr. 185/2007 de termijn voor de overgangsmaatregelen voor biogas- en composteerinstallaties verlengd tot 30 juni 2008.

Cat. 2 biodieselproducten voor techniek
EU-lidstaten kunnen de zgn. thermomechanische biobrandstofproductie toestaan als methode voor de behandeling en verwijdering van mest, de inhoud van het maagdarmkanaal en categorie 3-materiaal. Dit wordt geregeld in
Verordening (EG) Nr. 1678/2006 waarin tevens wordt bepaald dat methylesters en glycerines die worden verkregen bij de productie van biodiesel volgens de in bijlage IV genoemde methode uit categorie 2-vetten mogen worden gebruikt bij de productie van technische producten. Is het basismateriaal echter categorie 1-vet, dan dienen deze materialen echter altijd te worden verbrand.

Tussenproducten voor technisch gebruik
In
Verordening (EG) Nr. 2007/2006 zijn de bijlagen VIII en X gewijzigd en nadere regels gesteld voor de invoer van bepaalde zgn. tussenproducten afkomstig van categorie 3-materiaal en bestemd voor de vervaardiging van medische hulpmiddelen, in-vitrodiagnostica en laboratoriumregentia. Bestaande eisen zijn hiermee verduidelijkt en tevens zijn enkele bijzondere voorwaarden vastgesteld.

Nieuw handelsdocument en gezondheidscertificaten
Per 24 juli 2007 zijn nieuwe modellen uitgevaardigd voor het handelsdocument dat de partijen (verwerkte) dierlijke bijproducten moet vergezellen, alsook voor de gezondheidscertificaten die zijn voorgeschreven bij import uit derde landen. Tegelijkertijd zijn de eisen die worden gesteld aan de verwerking van varkensbloed versoepeld en zijn de mogelijkheden voor toepassing van (verwerkte) dierlijke bijproducten in voeders voor gezelschapsdieren verruimd. Het nieuwe model handelsdocument en de nieuwe modellen gezondheidscertificaten zijn te vinden in
Wijzigingsverordening (EG) Nr. 829/2007 (99 pagina's!!).

Voor een geconsolideerde versie van Verordening (EG) Nr. 1774/2002 (bijgewerkt met bovenstaande verordeningen), klik
hier.

Kleurcodering en geurmarkering
Met ingang van 1 juli 2008 wordt een systeem van verplichte kleurcodering en geurmarkering van kracht ter verbetering van de controle op en traceerbaarheid van categorie 1-, 2- en 3-materiaal alsmede verwerkte producten. Verpakkingen, recipiënten en voertuigen moeten zijn voorzien van de kleuren zwart (cat. 1), geel (cat. 2) en groen/blauw (cat. 3). Lidstaten mogen aanvullende kleurvoorschriften instellen voor dierlijke bijproducten en verwerkte producten die uit de eigen lidstaat afkomstig zijn en daar ook blijven, mits deze geen verwarring wekken ten aanzien van het EU-kleursysteem. Wat de markering met geuren betreft, is gekozen voor de stof glyceroltriheptanoaat (GTH), toe te passen bij bepaalde (verwerkte) dierlijke bijproducten van de categorieën 1 en 2. Deze markering is overigens niet vereist bij verwerkte producten die via een goedgekeurd gesloten transportsysteem uit het verwerkingsbedrijf worden vervoerd voor directe (mee)verbranding dan wel voor onmiddellijk gebruik volgens een volgens Verordening (EG) nr. 92/2005 goedgekeurde methode. Deze en meer bepalingen zijn opgenomen in
Verordening (EG) Nr. 1432/2007.

Verbranding biodiesel
Middels
Verordening (EG) Nr. 1576/2007 wordt biodiesel verkregen uit vetten afkomstig van de verwerking van categorie 1- en/of 2-materiaal vrijgesteld van de markeringsverplichting die geldt voor andere verwerkte categorie 1- en 2-producten. Tevens wordt vastgelegd dat de verbranding van biodiesel afkomstig van de behandeling van enerzijds categorie 1- en anderzijds 2- dan wel 3-materiaal in stationaire of mobiele motoren is toegestaan, mits de biodieselproductie voldoet aan het procédé zoals omschreven in bijlage IV van Verordening 1774/2002.

Extra aanvoer
De Europese Commissie staat het lidstaten toe om akkoord te gaan als categorie 3-verwerkingsbedrijven gevestigd op het terrein van een slachterij een verzoek indienen om ook slachtbijproducten afkomstig van andere krachtens Hygiëneverordening (EG) nr. 853/2004 goedgekeurde bedrijfsruimten te mogen verwerken (
zie Verordening (EG) Nr. 777/2008). Dit uiteraard onder voorwaarden die de risico's voor de volks- en diergezondheid beogen te bestrijden.

Lijst derde landen voor import
De derde landen van waaruit de EU-lidstaten de invoer kunnen toestaan van gesmolten vet resp. visolie en vismeel, zijjn opgenomen in de lijst in deel 1 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 206/2010  (pag. 68 t/m 72) resp. in de lijst in bijlage II bij Beschikking 2006/766/EG. Dit wordt bepaald in wijzigingsverordening (EU) nr. 595/2010. In deze verordening zijn ook nieuwe bepalingen opgenomen over het gebruik van bloed(producten) van paardachtigen voor technische doeleinden, en hoorn(producten) en hoeven(producten) voor toepassing in organische meststoffen en grondverbeteraars.

Nederland
In Nederland is de Bijproductenverordening geïmplementeerd in de
Uitvoeringsregeling E.G.-verordening gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten

  

 

 Updates