Verordening (EG) Nr. 999/2001 van de Raad en EP tot vaststelling voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën ("TSE-verordening") is een reactie op de ontdekking van BSE en andere overdraagbare spongiforme encefalopathieën.
De verordening is niet van toepassing op cosmetische producten, geneesmiddelen en het uitgangsmateriaal daarvoor.
In Verordening 999/2001 is verboden zoogdiereiwitten aan herkauwers te vervoederen. Uitgezonderd is het gebruik van vismeel in niet-herkauwersvoer, van dicalciumfosfaat en gehydroliseerde eiwitten, van gelatine als omhulsel voor toevoegingsmiddelen en van melk en melkproducten.
Met Verordening (EG) Nr. 1326/2001, een uitvoeringsverordening van 999/2001, heeft de Commissie overgangsmaatregelen vastgesteld en de SRM-bijlage XI voor de eerste keer gewijzigd, in afwachting van de definitieve indeling in BSE-risicostatus. Deze indeling is bepalend voor de voorschriften m.b.t. SRM-verwijdering en de regels die van toepassing zijn bij invoer in de EU van dierlijke producten. Nadien heeft de Commissie nog andere uitvoeringsverordeningen vastgesteld, zoals Verordening (EG) Nr. 270/2002 (tweede wijziging van bijlage XI).
Verordening (EG) Nr. 1139/2003 is eveneens een uitvoeringsverordening en heeft per 1 oktober 2003 bijlage XI (SRM-bijlage) opnieuw gewijzigd, inclusief de bepalingen over de invoer van SRM-bevattende dierlijke producten (de non-SRM-verklaring). Hier wordt dus ook aangegeven wat als SRM-materiaal geldt.
Verordening (EG) Nr. 1234/2003, opnieuw een uitvoeringsverordening, wijzigt bijlage IV van 999/2001 en breidt het diermeelverbod voor herkauwers van art. 7, lid 1 van Verordening (EG) Nr. 999/2001 uit. De nieuwe bijlage IV bevat nu alle bepalingen over het gebruik van diermeel in diervoeders, met uitzondering van het kannibalismeverbod zoals dat is geregeld in de Bijproductenverordening (Verordening (EG) Nr. 1774/2002).
Deze bijlage IV is op 14 oktober 2004 tekstueel licht gecorrigeerd via een rectificatie.
Verordening (EG) Nr. 1492/2004 beperkt per 13 september 2004 de ruimingverplichting in gevallen van bij runderen geconstateerde BSE tot het geboortecohort en bepaalde nakomelingen van het zieke (vrouwelijke) dier, geeft een nieuwe definitie van dat cohort en wijzigt opnieuw bijlage XI.
Verordening (EG) Nr. 1993/2004 heft de bijzondere BSE-status van Portugal in de EU op middels opnieuw een wijziging van bijlage XI.
Verordening (EG) Nr. 36/2005 wijzigt de regels voor het toezicht op kleine herkauwers en voor de rapportage- en registratieverplichtingen van de lidstaten (bijlage III) alsmede het hoofdstuk C over bemonstering en laboratoriumonderzoek in bijlage X.
Om het BSE-toezicht op geiten verder te intensiveren is bijlage III opnieuw gewijzigd via Verordening (EG) Nr. 214/2005.
Via Verordening (EG) Nr. 260/2005 wordt het aantal snelle post-mortemtests voor runderen uitgebreid naar 11 en wordt goedkeuring verleend voor de inzet van bepaalde snelle tests in het TSE-opsporingsprogramma voor kleine herkauwers.
Begin augustus 2005 heeft de Europese Commissie middels Beschikking 2005/598/EG bepaald dat het in de handel brengen wordt verboden van producten van runderen die vóór 1 augustus 1996 in het Verenigd Koninkrijk zijn geboren of gehouden (uitgezonderd huiden bestemd voor de leerindustrie) en waarbij is bepaald dat deze dieren aan het eind van hun leven dienen te worden vernietigd overeenkomstig de bepalingen van de Bijproductenverordening (1774/2002).
Door Verordening (EG) Nr. 1292/2005 mogen gehydrolyseerde eiwitten afkomstig van huiden van herkauwers met ingang van 1 september 2005 weer worden gevoerd aan herkauwers en zijn per diezelfde datum de beperkingen op het vervoederen van bloedproducten en gehydrolyseerde eiwitten van niet-herkauwers aan landbouwhuisdieren versoepeld. Hiertoe is bijlage IV (diervoeders) van Verordening (EG) Nr. 999/2001 geheel vernieuwd.
De leeftijdsgrens voor de verplichte verwijdering van de wervelkolom (incl. achterwortelganglia) bij runderen als SRM is van 12 naar 24 maanden verhoogd middels Verordening (EG) Nr. 1974/2005. Bij deze gelegenheid is ook een verbod op de export naar derde landen ingesteld van karkassen, halve karkassen en voor- en achtervoeten die geen ander SRM dan de wervelkolom bevatten. Tot slot zijn enkele nieuwe adressen ingevoerd voor nationale referentielaboratoria, waardoor uiteindelijk wijzigingen in bijlagen X en XI zijn doorgevoerd.
Middels Verordening (EG) Nr. 339/2006 zijn Brazilië, Chili, El Salvador, Nicaragua, Botswana, Namibië en Swaziland afgevoerd van de twee lijsten in bijlage XI met landen die - aangezien het zeer onwaarschijnlijk is dat BSE op hun grondgebied voorkomt - zijn vrijgesteld van bepaalde handelsvoorwaarden voor levende runderen en producten van runderen, schapen en geiten in verband met TSE's.
De Commissie heeft via Verordening (EG) Nr. 657/2006 besloten Beschikking 98/256/EG, waarin het exportverbod voor Britse (producten van) runderen was vastgelegd, in te trekken, evenals Beschikkingen 98/351/EG en 1999/514/EG waarin uitzonderingen op het exportverbod waren vastgelegd. Bijlagen III en IV van de BSE-verordening (EG) Nr. 999/2001 zijn zodanig gewijzigd dat voortaan voor het Verenigd Koninkrijk dezelfde leeftijdsgrens van 24 maanden geldt boven welke de wervelkolom van een rund als SRM wordt beschouwd (nu is dat nog 30 maanden) en dezelfde materialen als SRM worden beschouwd.
De BSE-vondst op 3 maart jl. maakt dat Zweden niet meer in de categorie ‘onwaarschijnlijk maar niet uitgesloten’ kan worden ingedeeld. Via Verordening (EG) Nr. 688/2006 zijn de desbetreffende bepalingen in de bijlagen III en XI van BSE-verordening (EG) Nr. 999/2001 aangepast.
Op 7 juli 2006 is besloten het toezicht op de schapenpopulatie voor wat betreft TSE's te intensiveren na de vondst van schapen met TSE in Frankrijk en op Cyprus. Verordening (EG) Nr. 1041/2006 wijzigt hiertoe bijlage III van Verordening (EG) Nr. 999/2001.
De BSE-indelingssystematiek is in overeenstemming gebracht met de categorie-indeling van de OIE via Verordening (EG) Nr. 1923/2006 waarin tevens de definities van snelle BSE-tests en separatorvlees zijn aangepast en de bevoegdheden van de Europese Commissie tot het autonoom wijzigen van bepaalde voorschriften zijn uitgebreid opdat sneller rekening kan worden gehouden met nieuwe wetenschappelijke inzichten.
De nieuwe BSE-indelingssystematiek, die van kracht is geworden per 1 juli 2007, vereiste tevens een wijziging in de bijlagen en een intrekking van de overgangsmaatregelen m.b.t. SRM in bijlage XI. Dit is gebeurd via Verordening (EG) Nr. 722/2007.
De feitelijke indeling van landen en gebieden in BSE-risicocategorieën is per dezelfde datum vastgelegd in een nieuwe Beschikking 2007/453/EG. De bijlage van deze beschikking is begin november 2009 geactualiseerd via Beschikking 2009/830/EG en begin december 2010 via Besluit 2010/749/EU. Op 10 februari 2012 heeft de Europese Commissie Uitvoeringsbesluit 2012/111/EU genomen waarin de bijlage opnieuw is geactualiseerd en met name het BSE-risico van Denemarken tot ‘verwaarloosbaar’ is gereduceerd.
Vanwege gevorderd wetenschappelijk inzicht in klassieke en atypische scrapie en het ontbreken van aanwijzingen dat TSE's bij kleine herkauwers (schapen en geiten) op mensen wordt overgedragen, heeft de Europese Commissie besloten om per 1 juli 2007 het BSE-toezichtsregime voor schapen en geiten te versoepelen en de verplichting tot vernieitiging van karkassen die zich net voor en net na een positief op BSE getest karkas bevinden te schrappen. Dit is geregeld via Verordening (EG) Nr. 727/2007 via welke de bijlagen I, III, VII en X worden gewijzigd.
Het Gerecht van eerste aanleg van de EG heeft echter op 28 september 2007 bepaald, in een door Frankrijk tegen de Commissie ingestelde beroepszaak, dat de toepassing van de TSE-maatregelen inzake schapen en geiten zoals bepaald in Verordening (EG) Nr. 727/2007 dient te worden opgeschort totdat een definitief arrest in deze kwestie is gewezen. De lidstaten hebben hierdoor voorlopig niet meer de mogelijkheid om de geschorste maatregelen toe te passen.
Aangezien de Commissie van mening is dat de lidstaten de optie dienen te behouden om te besluiten onder bepaalde voorwaarden de vernietiging van schapen en geiten op bedrijven waar een TSE is geconstateerd met maximaal vijf jaren op te schorten, heeft de Commissie besloten via Verordening (EG) Nr. 1428/2007 bijlage VII van Verordening (EG) Nr. 999/2001 te dien einde aan te passen.
Op 11 januari 2008 is via Verordening (EG) Nr. 21/2008 bijlage X, hoofdstuk C, punt 4 gewijzigd om een vernieuwde snelle TSE-test (Enfer TSE versie 3) op de lijst van erkende snelle tests te plaatsen.
Op advies van de EFSA geldt met ingang van 26 april 2008 een leeftijdgrens voor runderen van 30 i.p.v. 24 maanden voor het verwijderen van de wervelkolom als gespecificeerd risicomateriaal. Volgens Verordening (EG) Nr. 357/2008 wijzen de ervaringen tussen 2001 en 2006 erop dat eventuele BSE-infectiviteit onder de 33 maanden waarschijnlijk (nog) niet aantoonbaar dan wel aanwezig is, zodat een verhoging van de leeftijdsgrens gerechtvaardigd lijkt.
Op 31 juli 2008 is gepubliceerd Verordening (EG) Nr. 746/2008 van 17 juni 2008 waarin lidstaten de mogelijkheid wordt geboden om in gevallen waarbij een TSE bij een schaap of geit is geconstateerd, af te zien van het ruimen van de volledige beslagen.
Vanwege de door de EFSA vastgestelde besmettingsrisico's van melk afkomstig van met atypische scrapie dan wel BSE besmette kleine herkauwers, zijn via Verordening (EG) Nr. 103/2009 de betreffende bepalingen t.a.v. zuivel en zuivelproducten zoals opgenomen in de bijlagen VII en IX aangepast.
Door Verordening (EG) Nr. 220/2009 beschikt de Europese Commissie met ingang van 20 april 2009 over extra uitvoeringsbevoegdheden. Het betreft onder meer de erkenning van snelle BSE-tests, het vaststellen van overgangsmaatregelen, het vaststellen van de methode om BSE bij schapen en geiten te bevestigen en de mogelijkheid om sommige bepalingen uit te breiden naar andere producten van dierlijke oorsprong.
Voor een geconsolideerde versie van Verordening (EG) Nr. 999/2001, bijgewerkt met alle hierboven genoemde wijzigingsverordeningen, klik hier.
Op 22 oktober 2010 heeft de Europese Commissie besloten vier eerder erkende snelle TSE-tests voor schapen en geiten van de lijst snelle tests in bijlage X (hoofdstuk C, punt 4) te schrappen. Via Verordening (EU) Nr. 956/2010 is tevens één nieuwe snelle test toegevoegd, aan zowel de lijst voor snelle TSE-tests voor schapen en geiten als die voor snelle BSE-tests voor runderen.
In Verordening (EU) Nr. 189/2011 van 25 februari 2011 wordt onder meer bepaald dat bepaalde dierlijke bijproducten en afgeleide producten, die geacht worden geen risico op overdracht van TSE met zich te brengen, vanaf 4 maart 2011 zijn vrijgesteld van de gezondheidsvoorschriften zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk D van bijlage IX. Verder krijgen geitenhouders die in hun kudde een geit met scrapie hebben voor potentieel scrapieresistente geiten van deze kudde een uitstel tot 31 december 2012 van de plicht tot vernietiging. Verder zijn de beperkingen opgeheven voor de import in de EU van gelatine afkomstig van huiden en vellen van gezonde herkauwers. De laatste twee wijzigingen zijn van toepassing met ingang van 18 maart 2011.