English
 
 » Wet- en regelgeving » Biobrandstoffen » Regeling administratie biobrandstoffen
 Wet- en regelgeving  
Minimaliseren
  
 
 Regeling administratie biobrandstoffen  

Op 11 december 2006 is de Regeling administratie biobrandstoffen wegverkeer gepubliceerd. De regeling stelt nadere eisen aan de administratie met betrekking tot de verkoop van biotransportbrandstoffen zoals bedoeld in het Besluit biobrandstoffen wegverkeer 2007.

De administratie ten aanzien van biobrandstoffen maakt onderdeel uit van de algemene administratie die noodzakelijk is bij de verkoop van brandstoffen op basis van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de Wet op de accijns. In het besluit is aangegeven dat de volgende documenten moeten zijn opgenomen in de administratie van een vergunninghouder:

  1. de biobrandstoffenbalans
  2. schriftelijke, ondertekende en gedateerde verklaringen van leveranciers van biobrandstoffen indien de betreffende biobrandstoffen zijn toegevoegd aan hoeveelheden ongelode lichte olie of gasolie, die in de accijnsgoederenplaats zijn ingeslagen,
  3. document waarmee wordt aangetoond dat hoeveelheden biobrandstof voor het wegverkeer zijn gebruikt indien de betreffende biobrandstoffen niet door middel van een accijnsgoederenplaatsop de markt worden gebracht,
  4. bewijsmiddel waaruit blijkt dat biobrandstoffen in het kader van de verplichting, administratief zijn verhandeld met andere vergunninghouders of met een ander, die biobrandstoffen niet door middel van een accijnsgoederenplaats op de markt brengt,
  5. de jaarlijkse rapportage met een overzicht over een kalenderjaar met betrekking tot de geleverde hoeveelheden en soorten biobrandstoffen en de geleverde hoeveelheden ongelode lichte olie en gasolie, waaruit blijkt dat is voldaan aan het gewenste percentage.
  6. De berekening van de gedurende een kalenderjaar geleverde percentages biobrandstoffen is gebaseerd op de biobrandstoffenbalans van de vergunninghouder. In de bijlagen bij de regeling worden de administratieve eisen waaraan de biobrandstoffenbalans moet voldoen nader toegelicht.

Rapportageverplichting en handhaving
Voor 1 april van elk jaar dient een vergunninghouder aan VROM te rapporteren over het nakomen van de verplichtingen van het jaar ervoor. In deze rapportage zijn overzichten opgenomen met de geleverde hoeveelheden en soorten biobrandstoffen en de geleverde hoeveelheden ongelode lichte olie en gasolie. Uit de rapportage moet blijken dat is voldaan aan de verplichte percentages voor de levering van biobrandstoffen. De handhaving van het besluit en deze regeling, zoals controle op de administratie, zal plaatsvinden door het Inspectoraat-Generaal VROM op basis van de Wet milieugevaarlijke stoffen. De beoordeling of een vergunninghouder de verplichte levering van biobrandstoffen is nagekomen, wordt uitgevoerd aan de hand van de jaarlijkse rapportage. Voor deze beoordeling kan het Inspectoraat-Generaal VROM verder inzage in de boekhouding van de vergunninghouder verlangen. Daarnaast kan het Inspectoraat- Generaal VROM verzoeken dat in aanvulling op de jaarlijkse rapportage andere onderdelen van biobrandstoffenadministratie, zoals de biobrandstoffenbalans of de hiervoor genoemde verklaringen worden toegestuurd.

Om onnodige administratieve lasten te voorkomen is er van afgezien eisen te stellen aan het geleide document, zoals eerder in de nota van toelichting bij het besluit was vermeld. De eisen beperken zich nu tot een vermelding van herkomst en bestemming in de biobrandstoffenbalans.

Verhandelbaarheid
Bij het administratief verhandelen van biobrandstoffen moet een overeenkomst worden opgesteld tussen twee vergunninghouders of tussen een vergunninghouder en een persoon die biobrandstoffen niet door middel van een accijnsgoederenplaats op de markt brengt In de overeenkomst wordt vastgelegd dat de ene vergunninghouder een aantal liters biobrandstof met daarbij behorende energie-inhoud administratief heeft ingekocht van de andere vergunninghouder of van de persoon die biobrandstoffen niet door middel van een accijnsgoederenplaats op de markt brengt . Bij deze administratieve verhandeling wordt de betreffende hoeveelheid biobrandstof bijgeschreven op de biobrandstoffenbalans van de eerste vergunninghouder en afgeschreven van de biobrandstoffenbalans van de tweede vergunninghouder.

Voor biodiesel wordt in de regeling gerekend met een onderste verbrandingswaarde van 33,6 MJ/liter.

Terug naar overzicht

  

 

 Updates