English
 
 » Wet- en regelgeving » Biobrandstoffen » Energiegewassensteunverordeningen
 Wet- en regelgeving  
Minimaliseren
  
 
 Energiegewassensteunverordeningen  

Energiegewassensteunverordeningen 1782/2003 en 1973/2004

De Europese steunregeling voor energiegewassen is een onderdeel van
Verordening (EG) Nr. 1782/2003 (69 pagina's) waarin de rechtstreekse en specifieke steunverlening aan Europese landbouwers is geregeld. Bij overweging 41 wordt de link tussen energiegewas en biobrandstof expliciet gelegd, en in titel IV, hoofdstuk 5 wordt deze specifieke steunregeling voor energiegewassen uitgewerkt.

De steun bedraagt €45 per hectare per jaar en wordt verleend voor oppervlakten die zijn ingezaaid met energiegewassen en waarvan de productie onder een contract tussen landbouwer en verwerkende industrie valt (tenzij de boer op het eigen bedrijf verwerkt). Onder energiegewassen wordt verstaan gewassen die hoofdzakelijk worden geleverd voor de productie van:

  1. uit biomassa verkregen elektrische en thermische energie;
  2. biobrandstoffen zoals genoemd in Richtlijn 2003/30/EG.

Er word steun verleend voor maximaal 1,5 miljoen hectare. Wordt dit maximaal gegarandeerde areaal (MGA) overschreden, dan wordt het steunbedrag proportioneel verlaagd. Oppervlakten waarop een regeling voor energiegewassen is toegepast, mogen niet worden geteld als zijnde verplicht braakgelegde grond (art. 90). De braakleggingsverplichting voor akkerbouwers die areaalsubsidie aanvragen, is voor de seizoenen 2005/2006 en 2006/2007 overigens vastgesteld op 10 procent. Op deze gronden mogen bijvoorbeeld nonfood-/nonfeed-oliezaden worden geteeld.

Uiterlijk op 31 december 2006 evalueert de Commissie de uitvoering van de regeling en komt eventueel met nieuwe voorstellen waarbij rekening wordt gehouden met de uitvoering van het EU-initiatief inzake biobrandstoffen.

De uitvoeringsbepalingen over de definitie van de gewassen, de minimumeisen voor het contract en controlemaatregelen m.b.t. de verwerking staan opgenomen in
Verordening (EG) Nr. 1973/2004 (84 pagina's), die op 8 maart 2005 licht is gerectificeerd.
In deze verordening, die vanaf 1 januari 2005 van kracht zal zijn en die Verordening (EG) Nr. 2237/2003 vervangt, is ook bepaald dat de teelt van sojabonen, kool-/raapzaad dan wel zonnebloempitten voor eigen energieopwekking (op het akkerbouwbedrijf dus) door de lidstaten kan worden toegestaan. Verder moet de eerste verwerker een zekerheid stellen bij de bevoegde autoriteit waaronder hij ressorteert.

Klik
hier voor de uitwerking van de regeling in Nederland.

Art. 43 bepaalt tevens dat lidstaten elke landbouwgrondstof uit de regeling voor energiegewassen kunnen uitsluiten als deze leidt tot problemen i.v.m. controle, volksgezondheid, milieu of strafrecht.

Een geconsolideerde versie van Verordening (EG) Nr. 1973/2004 vindt u
hier.

Ter verduidelijking van de informatieplicht van de lidstaten aan de Europese Commissie is via
Verordening (EG) Nr. 1250/2006 een wijziging doorgevoerd van Verordening (EG) Nr. 1973/2004 waarbij is gespecificeerd welke gegevens op welke data bij de Commissie binnen dienen te zijn. Het betreft onder meer de opgegeven en de geconstateerde oppervlakte aan energiegewassen waarvoor steun is aangevraagd. Ook is de definitie van braaklegging verbreed zodat zij betrekking heeft op alle braakleggingsregelingen.

Op 13 maart 2007 heeft de Europese Commissie besloten
Verordening (EG) Nr. 270/2007 tot wijziging van verordening (EG) Nr. 1973/2004 af te kondigen met als voornaamste doel het vereenvoudigen van de uitvoeringsbepalingen zodat het steunregime aantrekkelijker wordt voor zowel telers als verwerkers van energiegewassen. De wijzigingen zijn zo ingrijpend dat is besloten het gehele hoofdstuk 8 'Steun voor energiegewassen' te vervangen!
Zo mogen lidstaten het EU-stelsel van zekerheidsstelling bijvoorbeeld vervangen door een alternatieve regeling voor de erkenning van marktdeelnemers. Ook hoeft voor sommige gewassen geen representatieve opbrengst meer te worden vastgesteld, wordt voor eenjarige gewassen de mogelijkheid geïntroduceerd de op de betrokken oppervlakten geoogste grondstoffen te vervangen door een equivalente hoeveelheid van dezelfde grondstof en krijgen landbouwers meer mogelijkheden om hun gewassen zelf voor energiedoeleinden in te zetten.
Het nieuwe regime is op 15 maart 2007 in werking getreden. De nieuwe verordening is deels met ingang van 1 januari 2007 (dus met terugwerkende kracht) en deels met ingang van 1 januari 2008 van toepassing.

Een verdere versoepeling van de uitvoeringsverordening is op 28 augustus 2007 via
Verordening (EG) Nr. 993/2007 afgekondigd, die met ingang van 1 januari 2008 van toepassing is. Zo krijgen lidstaten de mogelijkheid zelf de lijst grondstoffen bij te werken die op het eigen bedrijf mogen worden ingezet voor energieproductie, zodat telers meer vrijheid hebben bij hun gewaskeus. Verder worden sommige bepalingen uit het nieuwe hoofdstuk 8 inzake de steun voor energiegewassen opgenomen in hoofdstuk 16 waarin het gebruik van braakgelegde grond voor de productie van grondstoffen wordt geregeld. Lidstaten krijgen ook meer vrijheid bij de controle van landbouwbedrijven op het daadwerkelijk op het eigen bedrijf inzetten van granen, oliehoudende zaden en andere gewassen voor energieproductie. Deze bepaling kan de dure verplichting tot denaturering van de gewassen - om toepassing in food of feed te voorkomen - helpen voorkomen. Verder hoeft alleen de aanvrager van de braaklegvergoeding (teler) voortaan een afschrift van zijn contract met de inzamelaar of eerste verwerker bij de bevoegde autoriteit in te dienen.
De bepalingen m.b.t. het stellen van zekerheid door inzamelaars dan wel eerste verwerkers worden gelijkgetrokken voor braakleggings- en energiegewassensteun. Lidstaten kunnen het stelsel van zekerheden overigens vervangen door een alternatieve regeling voor de erkenning van marktdeelnemers die dezelfde garantie voor een nonfood-/nonfeed-eindbestemming oplevert. De in de artikelen 160 en 161 genoemde verplichting tot gebruik van een controle-exemplaar T5 bij het vervangen van grondstoffen, tussen- dan wel bijproducten door equivalente hoeveelheden daarvan, komt te vervallen.

Terug naar overzicht

  

 

 Updates