English
 
 » Wet- en regelgeving » Biobrandstoffen » Emissierichtlijn 2001/80/EG
 Wet- en regelgeving  
Minimaliseren
  
 
 Emissierichtlijn 2001/80/EG  

De beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties die geen afval verbranden en worden ingezet voor stationaire energieopwekking (warmte- en elektriciteitsopwekking), wordt geregeld in Richtlijn 2001/80/EG.
Deze is in Nederland geïmplementeerd via het
Besluit Emissie-eisen Stookinstallaties (BEES).

Alle brandstoffen inclusief biotransportbrandstoffen (toepassingen in auto's, vrachtauto's en treinen) moeten voldoen aan de Europese Emissiewetgeving.
Richtlijn 70/220/EG is in de loop der jaren stapsgewijs steeds strenger geworden. Dit is met name het geval door wijzigingsrichtlijn 98/96/EG waarin de 2000/2005 standaarden werden gecombineerd met de introductie van striktere brandstofnormen zoals een verlaging van het van maximum zwavelgehalte in diesel van 350 ppm in 2000 naar 50 ppm in 2005.

De emissie-eisen zijn vertaald naar kwaliteitseisen aan de brandstof die worden ontwikkeld door de European Standards Organization (CEN). De eerste set standaarden (voor verschillende voertuigtypen) werd in september 1993 verplicht gesteld in alle EU-lidstaten. De EN590 heeft betrekking op dieselbrandstof. De norm wordt regelmatig geactualiseerd aan nieuwe verplichte reductiedoelstellingen voor bijvoorbeeld zwavel. Vanwege de goede smerende eigenschappen van biodiesel kan deze als vervanger van zwavel worden toegepast. Om aan te sluiten bij de lokale klimaatomstandigheden, kent de EN590 bovendien zes klimaatvariëteiten. Biodiesel of een mengsel van minerale brandstoffen met een percentage biodiesel zal moeten voldoen aan de EN590. Pure biodiesel (methylester) moet voldoen aan EN 14214. Beide normen zijn te bestellen bij het
Nederlands Normalisatie Instituut (NEN).

Terug naar overzicht

  

 

 Updates