Het Besluit Verbranding Afvalstoffen (BVA) implementeert EU richtlijn nr. 2000/76/EG is van toepassing op de verbranding van afvalstoffen in afvalverbrandingsinstallaties (uitsluitend of in hoofdzaak bestemd voor de verwerking van afvalstoffen) en in meeverbrandingsinstallaties (in hoofdzaak bestemd voor de opwekking van energie of de vervaardiging van producten).
In artikel 2 van het besluit is geregeld op welke categorieën installaties en afvalstoffen dit besluit niet van toepassing is. Een belangrijke uitgezonderde categorie zijn de installaties waarin uitsluitend de zogenoemde "schone" biomassa wordt verbrand (artikel 2, onder a, onderdelen 1° tot en met 5°). Ingevolge artikel 3 van dit besluit zijn de specifieke voorschriften voor gevaarlijke afvalstoffen niet van toepassing op bepaalde brandbare vloeibare afvalstoffen.
Gebruikte frituurvetten worden gezien als afvalstoffen, maar vallen onder de uitzonderingen van artikel 2 van het BVA, waardoor de voorschriften uit het BVA niet van toepassing zijn. In principe zijn de voorschriften van BEES A van toepassing op het verbranden van afvalstoffen. Indien een bedrijf gebruikt frituurvet wil verstoken in een installatie die onder BEES B valt, dan dient de vergunningverlener stookvoorschriften conform BEES A in de vergunning van het bedrijf op te nemen.
Dierlijke vetten
In de Dierlijke Bijproductenverordening is vastgelegd dat dierlijke vetten volgens EU-richtlijn 2000/76/EG verstookt dienen te worden, dan wel volgens de eisen uit artikel 12 van de bijproductenverordening. Dit betekent dat het BVA van toepassing is.
Voor een nadere beknopte toelichting op het BVA, klik hier.
Terug naar overzicht