English
 
 » Wet- en regelgeving » Arbo-regelgeving » Overige EU-richtlijnen
 Wet- en regelgeving  
Minimaliseren
  
 
 Overige EU-richtlijnen  
Behalve de Arbo Kaderrichtlijn en de eerste vier bijzondere richtlijnen die hieruit voortvloeien, zijn er nog enkele andere arbo-gerelateerde EU-richtlijnen uitgevaardigd.
 
EU-richtlijn 90/270/EEG  bevat specifieke voorschriften ter bescherming van de veiligheid en gezondheid van werknemers die werken met beeldschermapparatuur. De werkgever dient een risicoanalyse te laten uitvoeren per werkplek inzake eventuele risico’s voor het gezichtsvermogen en problemen van geestelijke en lichamelijke belasting. Ook dienen zij passende maatregelen te nemen om de vastgestelde (potentiële) risico’s te ondervangen. Hiertoe behoren onder meer regelmatige pauzes tijdens de werkzaamheden en de mogelijkheid van deskundig regelmatig oogonderzoek voor werknemers die met beeldschermen werken.
 
EU-richtlijn 91/383/EEG  is in het leven geroepen ter bevordering van de veiligheid en gezondheid van werknemers met een tijdelijk arbeidscontract (o.m. uitzendkrachten). Bedoeling van de richtlijn is deze werknemers eenzelfde mate van bescherming te bieden als werknemers met een arbeidscontract van onbepaalde duur. Adequate voorlichting en opleiding, mogelijk verbod – door de lidstaten - op inschakeling bij gevaarlijke werkzaamheden dan wel instelling van speciaal medisch toezicht worden hier geregeld.
 
EU-Richtlijn 92/58/EEG  bevat minimumvoorschriften voor de veiligheids- en/of gezondheidssignalering op het werk. Deze wordt gedefinieerd als ‘een signalering die, toegepast op een bepaald object, een bepaalde activiteit of een bepaalde situatie, door middel van - al naar gelang van het geval - een bord, een kleur, een lichtsignaal, een akoestisch signaal, een mondelinge mededeling of een hand- of armsein een aanwijzing of een voorschrift verstrekt met betrekking tot de veiligheid en/of gezondheid op het werk’.
 
EU-Richtlijn 92/85/EEG  bevat maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie. Hierin staan behalve een ontslagverbod en een verbod op het verrichten van bepaalde werkzaamheden voorschriften om ervoor te zorgen dat genoemde categorieën werkneemsters extra bescherming qua gezondheid en veiligheid genieten in verband met hun grotere kwetsbaarheid alsmede die van hun baby.
 
EU-richtlijn 94/33/EG  bevat enkele voorschriften voor de specifieke bescherming van jongeren op het werk. In deze richtlijn staan onder meer het verbod op kinderarbeid met een grenswaarde van 15 jaar, de plicht om bij het aanbieden van werk aan adolescenten (15-18 jaar) qua arbeidsomstandigheden rekening te houden met hun ontwikkeling, omstandigheden waaronder op grond van de kwetsbaarheid van jongeren een arbeidsverbod geldt, en voorschriften inzake arbeidstijd, rusttijd en nachtdienst. Hier tevens het specifieke verbod op arbeid die schadelijke blootstelling meebrengt aan bepaalde fysische, biologische en chemische agentia (zie bijlage I), en bepaalde procédés en werkzaamheden (zie bijlage II).
 
EU-richtlijn 98/24/EG  beoogt werknemers bescherming te bieden tegen de risico’s van het werken met of de nabijheid van chemische agentia. In bijlage III staan stoffen waarmee niet mag worden gewerkt en in bijlagen I en II de biologische grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan bepaalde chemische stoffen (met name lood en afgeleide producten daarvan). Zie ook de EU-richtsnoeren voor chemische agentia, en Richtlijn 2000/39/EG  tot vaststelling van een eerste lijst van indicatieve grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling.
 
EU-Richtlijn 1999/92/EG  bevat minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen. Een explosieve atmosfeer is dan een mengsel van lucht en brandbare stoffen in de vorm van gassen, dampen, nevels of stof, onder atmosferische omstandigheden, waarin de verbranding zich na ontsteking uitbreidt tot het gehele niet verbrande mengsel. Hierin regels over het voorkomen van explosiegevaar, het uitvoeren en beoordelen van risicoanalyses en bijzondere voorschriften voor arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen.
 
EU-Richtlijn 2000/54/EG  is opgesteld ten behoeve van de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan biologische agentia op het werk. Biologische agentia zijn micro-organismen, met inbegrip van die welke genetisch zijn gemodificeerd, celculturen en menselijke endoparasieten die een infectie, allergie of toxiciteit kunnen veroorzaken. Er is een indeling in vier groepen, naar gelang het risico van een micro-organisme voor de menselijke gezondheid. De werkgever moet waar mogelijk vervangen, risico’s verminderen, werknemers opleiden, beschermingsmaatregelen treffen en bevoegde instanties informeren. Ook zijn er speciale maatregelen voor industriële procédés en laboratoria.
 
EU-Richtlijn 2002/44/EG  bevat minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (trillingen). De voorschriften van deze richtlijn gelden voor activiteiten waarbij werknemers vanwege hun werk worden of kunnen worden blootgesteld aan risico's verbonden aan mechanische trillingen (hand-arm- en lichaamstrillingen). Hier artikelen over grens- en actiewaarden voor blootstelling, verplichting tot risicometing en –beoordeling, preventiemaatregelen en gezondheidstoezicht.
 
EU-Richtlijn 2003/10/EG  bevat minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (lawaai). Hier wordt gedoeld op het risico op gehoorbeschadiging, dus de voorschriften betreffen piekgeluidsdruk, dagelijkse en wekelijkse blootstelling aan lawaai, grens- en actiewaarden, plicht tot risicobeoordeling door de werkgever, preventiemaatregelen, persoonlijke bescherming en gezondheidstoezicht.

 

 

  

 

 Updates