Het bestuur van het productschap MVO heeft als beleidslijn om in te zetten op behoud van de PBO-status voor de organisatie. Maar dit wel onder de voorwaarde dat MVO als productschap ook in de toekomst voldoende beleidsruimte moet hebben om de taken die door het betrokken bedrijfsleven noodzakelijk worden geacht, ook daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. Dit zei MVO-voorzitter Wim Oosterhuis op de nieuwjaarsbijeenkomst van het productschap op 19 januari, kort na afloop van de 245ste vergadering van het bestuur.
Oosterhuis schetste in zijn nieuwjaarsrede voor de oliën- en vettenbedrijven en andere bij de sector betrokken organisaties de verschillende scenario's die zich in de nabije toekomst zouden kunnen aandienen. "Als het kabinet de PBO wil handhaven, is de kans groot dat het toegestane takenpakket zo smal wordt dat de huidige productschappen uit efficiëntie-overwegingen bij elkaar gevoegd moeten worden in één organisatie. Een zodanig organisatiemodel is momenteel onderwerp van discussie. In dit minimale takenpakket zit voor MVO alleen nog voedselveiligheid en voedselgezondheid. Dat is minder dan 20% van het huidige takenpakket en derhalve niet zo aantrekkelijk.
Als het kabinet conform de wens van het bedrijfsleven toch de ruimte biedt om innovatie, duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen inclusief arbeid, aan het takenpakket van de PBO toe te voegen, is het voor de MVO-sector aantrekkelijk om de PBO-status te behouden, mits er voldoende ruimte is om dit op een, voor het eigen bedrijfsleven, herkenbare wijze in te vullen. Ook zou er nog gedacht kunnen worden aan een tussenvorm waarbij er een klein maar levensvatbaar productschap MVO met beperkte taakomvang zou blijven dat vervolgens wordt aangevuld met een private organisatie die de overige door het bedrijfsleven noodzakelijk geachte taken, op vrijwillige basis te financieren, uitvoert. Een laatste maar zeer wel denkbaar scenario is dat het kabinet de motie van 20 december uitvoert. Dat betekent opheffing van de PBO en dus ook van het Productschap MVO."
En om al deze redenen is het volgens Oosterhuis nuttig als het MVO-bedrijfsleven nu alvast gaat nadenken over de wijze waarop de belangenbehartiging voor de sector in de toekomst gestalte zou moeten krijgen.
Na de rede van de MVO-voorzitter konden de ruim 200 aanwezige gasten luisteren naar de analyses en prognoses van dr. James Fry, voorzitter van het internationale marktbureau LMC International. Hij hield een betoog over de gewezen en verwachte prijsontwikkeling voor oliën en vetten.