Kleine en middelgrote slachterijen moeten de regels beter naleven
EC akkoord met vrijstelling destructieheffing kleine Franse detaillisten
De vrijstelling van de Franse destructiebelasting voor het jaar 2003 van detailhandelaren in vlees van wie de jaarlijkse omzet lager is dan 762.245 euro (5 miljoen francs), vormt geen staatssteun. Dit heeft de Europese Commissie op 29 juni jl. besloten en vanochtend gepubliceerd.
Eind 2003 heeft de Franse regering het besluit tot vrijstelling van genoemde heffing bij de Europese Commissie aangemeld omdat er mogelijk sprake was van (ongeoorloofde) staatssteun. Deze destructiebelasting is op 1 januari 2004 reeds omgezet in een slachtbelasting ten aanzien waarvan de Europese Commissie geen bezwaar had. Bleef over de vraag hoe de situatie van 2003 moest worden beoordeeld. Hierover oordeelt de Commissie nu dat er geen sprake is van staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, omdat het individuele steunbedrag jaarlijks was gemaximeerd op 13.132 euro.
Nadere toelichting is te vinden in het EC-besluit.

EFSA adviseert over nieuwe verwerkingsmethode cat. 2-vismateriaal
Het BIOHAZ-panel van de Europese Voedselveiligheidsautoriteit EFSA heeft een wetenschappelijk advies uitgebracht over een voorgestelde nieuwe methode voor de verwerking van categorie 2-materialen van mariene oorsprong. Het betreft een aanvraag uit Noorwegen van een bedrijf dat visafval van categorie 2 uit de aquacultuur wil verwerken.
Het proces dat ter beoordeling voorlag, omvatte als hoofdstappen achtereenvolgens het mengen van het visafval met mierenzuur om een pH-waarde lager dan 4 te verkrijgen, de opslag van de vissilage gedurende ten minste 24 uur en een verhitting van de massa tot boven de 85 graden Celsius gedurende minimaal 25 minuten.
De EFSA concludeert dat dit proces op laboratoriumschaal inderdaad volstaat om de relevante biologische risico’s (pathogenen die voorkomen in de aquacultuur) te inactiveren. Voorwaarde is wel dat de desbetreffende fabriek de HACCP-voorwaarden respecteert. Aangezien een dergelijke fabriek in de praktijk echter nog niet is gebouwd, kan het proces vooralsnog niet worden gevalideerd.
Klik hier voor de EFSA Opinion on a new processing method for ABP Category 2 materials of fish origin.

Minder BSE-testen en terugkeer dierlijke eiwitten in diervoeder
Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) streeft voor komend jaar naar efficiëntieverbetering in de dierlijke productieketen. Onderdelen van dit beleid zijn een vermindering van het aantal BSE-testen en een aanwending van dierlijke eiwitten in diervoeders. Dit komt overeen met de Europese TSE Roadmap 2, waarin een versoepeling van bestaande beheersingsmaatregelen wordt aangekondigd, met gelijktijdige handhaving van het hoge beschermingsniveau van dier- en volksgezondheid.
De private sector dient een risicogebaseerd preventiebeleid te voeren waarbij de overheid zorgt voor regelgeving m.b.t. de verwerking van dierlijke bijproducten. EL&I stelt letterlijk: ‘De overheid neemt maatregelen dáár waar hygiënemaatregelen niet automatisch tot de dagelijkse bedrijfsvoering van bedrijven behoren.’ De Europese regels voor vleeskeuring en toezicht in het slachthuis worden in 2012 herzien, het stelsel van hygiëneverordeningen zal worden geëvalueerd. Bij de herziening van het toezicht wordt met name gedoeld op een risicogebaseerde inzet van toezichthouders, in lijn met de eigen verantwoordelijkheid van producenten voor voedselveiligheid.
Onder het kopje Innovatieprojecten wordt evenals in eerdere jaren gesproken over het project Vervanging van dierlijke eiwitten dat een innovatiesubsidie ontvangt, en onder het kopje Programma Duurzame Voedselsystemen worden duurzame eiwitinnovaties voor humane voeding en diervoeder genoemd.

Bleker biedt verslag Wet onafhankelijke risicobeoordeling VWA aan
Staatssecretaris Bleker van EL&I heeft onlangs het verslag over de Wet onafhankelijke risicobeoordeling Voedsel en Waren Autoriteit aan de Tweede Kamer aangeboden. In dit verslag, dat uiterlijk vijf jaar na de invoering van de wet in 2006 moest worden opgesteld, wordt onder meer geschetst wat de verhouding is tussen de nVWA en de EFSA en wat de meerwaarde is ten opzichte van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid.
Klik hier voor de aanbiedingsbrief en hier voor het verslag.

Uitbreiding informatieplicht levensmiddelen van dierlijke oorsprong
Vanaf 1 juli 2012 gelden extra traceerbaarheidsvoorschriften voor exploitanten van levensmiddelenbedrijven voor wat betreft levensmiddelen van dierlijke oorsprong. De Europese Commissie heeft een verordening afgekondigd die van toepassing is op levensmiddelen die in Hygiëneverordening (EG) nr. 852/2004 als onverwerkte en verwerkte producten worden omschreven.
Volgens de Commissie heeft de ervaring uitgewezen dat de bestaande documenten niet altijd toereikend zijn om te zorgen voor volledige traceerbaarheid. Met name bij incidenten wreekt zich dat, vooral in de sector levensmiddelen van dierlijke oorsprong, exploitanten niet over de nodige informatie beschikken om ervoor te zorgen dat hun systemen voor de identificatie van de hantering en opslag van levensmiddelen passend zijn.
Aan de afnemer en aan de bevoegde autoriteit dient nu volgens Verordening (EU) Nr. 931/2011 met ingang van 1 juli 2012 te worden respectievelijk te kunnen worden verstrekt:
- een nauwkeurige beschrijving van de levensmiddelen;
- het volume of de hoeveelheid van de levensmiddelen;
- de naam en het adres van de exploitant van het levensmiddelenbedrijf waaruit de levensmiddelen zijn verzonden;
- de naam en het adres van de verzender (eigenaar), indien verschillend van de exploitant van het levensmiddelenbedrijf waaruit de levensmiddelen zijn verzonden;
- de naam en het adres van de exploitant van het levensmiddelenbedrijf waarnaar de levensmiddelen worden verzonden;
- de naam en het adres van de ontvanger (eigenaar), indien verschillend van de exploitant van het levensmiddelenbedrijf waarnaar de levensmiddelen worden verzonden;
- een referentie ter identificatie van de partij of zending, naargelang het geval, en
- de datum van verzending.
Deze informatie komt bovenop de informatie die uit hoofde van andere regelgeving dient te worden aangehouden, moet dagelijks worden bijgewerkt en dient te worden bewaard totdat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de levensmiddelen zijn geconsumeerd.
EFSA start nieuwe aanpak voor risico-identificatie
De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) is gestart met het ontwikkelen van een efficiënte en transparante aanpak om nieuwe risico's in de voeder-en voedselketen te identificeren. Deze aanpak berust op drie fundamentele stappen, te weten 1) het verzamelen van gegevens 2) data-analyse, signaaldetectie en filtering, en 3) uitwisseling van informatie.
De oprichting van een gestructureerd systeem voor gegevensverzameling over nieuwe risico's is door de EFSA-werkgroep voor wetenschappelijke samenwerking (ESCO WG) als een belangrijke volgende stap geïdentificeerd in de implementatie van een volledig operationele capaciteit voor identificatie van opkomende risico’s (ERI).
Ter ondersteuning van deze ontwikkeling is EFSA’s eenheid voor opkomende risico’s (EMRISK) gestart met een werkgroep het verzamelen van gegevens voor de identificatie van nieuwe risico's met betrekking tot levensmiddelen en diervoeders (DACO WG). De Werkgroep bestond uit een multidisciplinair team van 15 deskundigen met een brede expertise op het gebied van voedselveiligheid, met inbegrip van ERI.
De belangrijkste taken van deze werkgroep waren EMRISK te ondersteunen bij het definiëren van een lijst van prioritaire bronnen van informatie en geschikte strategieën en instrumenten om relevante signalen te verzamelen die wijzen op nieuwe risico's. De DACO WG erkende dat potentiële nieuwe gevaren of risico’s voor voeder- en voedselveiligheid en de bijbehorende gegevensbronnen talrijk zijn.
Klik hier voor het volledige rapport.
Bleker biedt vervolgaudit nVWA van Vanthemsche aan Tweede Kamer aan
Staatssecretaris Bleker van EL&I heeft aan de Tweede Kamer het rapport van de commissie-Vanthemsche inzake de vervolgaudit m.b.t. het functioneren van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) toegestuurd. Uit dit rapport komt naar voren dat de nVWA veel verbeteringen heeft doorgevoerd ten opzichte van de situatie in 2008, toen de commissie-Vanthemsche een eerste interne audit uitvoerde.
Het verbeterplan dat in 2008 bij de VWA is ingezet, heeft volgens de rapporteurs zijn uitwerking gehad. Vanthemsche concludeert dat grote vooruitgang is geboekt op het terrein van de organisatiestructuur en de aansturing binnen de nVWA, de versterking van de personeelsformatie, de ondersteuning en begeleiding van medewerkers, opleidingen en handhaving. Hij constateert dat de kwaliteit van het toezicht en de handhaving significant hoger is dan in 2008 dankzij de genomen maatregelen.
Er blijven evenwel een paar belangrijke aandachtspunten. Deze betreffen met name het ontbreken van een geïntegreerd bedrijfsinformatiesysteem, de relatie met het kerndepartement en een ontoereikend toezicht en handhaving op middelgrote en kleine slachthuizen (zie ook ander artikel).
Klik hier voor de aanbiedingsbrief van staatssecretaris Bleker en hier voor het rapport.

Kleine en middelgrote slachterijen moeten de regels beter naleven
Uit onderzoek van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) blijkt dat een deel van de kleine en middelgrote slachterijen in Nederland de regels onvoldoende naleeft. Deze overtreding van regels leidt tot een verwaarloosbaar risico voor de volksgezondheid. Aangezien de huidige situatie echter meer risico’s met zich kan meebrengen, adviseren de onderzoekers om het toezicht op de vleesketen te optimaliseren en meer te baseren op te verwachten risico’s. de ministers van EL&I en VWS hebben de Tweede Kamer op 18 augustus van het rapport in kennis gesteld.
Op verzoek van het ministerie van VWS heeft bureau Risicobeoordeling & onderzoeksprogrammering (BuRO) van de nVWA geadviseerd over de risico’s van het ten onrechte niet testen van runderen op BSE. Uit het onderzoek bleek dat bij 6 van de 17 onderzochteslachterijen de verplichte testen op BSE bij in totaal 125 runderen niet waren uitgevoerd. Ook kon bij sommige slachterijen niet worden vastgesteld dat risicomateriaal correct was verwijderd en vernietigd.
Risico
BSE-positieve runderen worden met de huidige preventieve maatregelen nauwelijks of niet meer aangetroffen. De kans dat door de geconstateerde nalatigheden een rund met BSE in de voedselketen kan zijn terechtgekomen, is uitermate klein. Het hiermee samenhangende risico voor de volksgezondheid is nagenoeg verwaarloosbaar. Ook dit risico kan echter worden vermeden als de betreffende slachterijen hun verantwoordelijkheid nemen en de regelgeving beter naleven.
Advies
Ondanks het verwaarloosbare risico heeft BuRO geadviseerd het vlees van de betreffende runderen dat nog niet is geconsumeerd, terug te roepen en te vernietigen. Op basis van de Algemene Levensmiddelen Verordening (ALV) was deze actie al in gang gezet. Behalve het risico van BSE kunnen de geconstateerde tekortkomingen ook aanleiding geven tot andere risico’s, zoals de contaminatie van vlees met bacteriën. Daarom adviseert BuRO ook om de toezichtsystematiek in de vleesketen meer af te stemmen op de te verwachten risico’s.
Maatregelen
De terugroepactie van het vlees van de niet-geteste runderen is inmiddels nagenoeg afgerond. De betrokken bedrijven zijn onder een verscherpt toezichtregime geplaatst. Bovendien is van 6 bedrijven de erkenning tijdelijk geschorst. Tegen 1 bedrijf loopt een strafrechtelijk onderzoek. De nVWA heeft alle overige bedrijven waar runderen worden geslacht, aangeschreven en hen nogmaals gewezen op het verplichte testen van runderen ouder dan 72 maanden op BSE. De nVWA zal de roodvleesslachthuizen in de komende maanden hierop gericht controleren.
De nVWA heeft in overleg met het ministerie van EL&I en vertegenwoordigers van de sector al in juni 2011 besloten om het toezicht op de vleessector te herstructureren en het meer dan nu het geval is, risicogebaseerd in te richten. De nVWA is op dit moment bezig deze systematiek uit te werken.