Do you want to print this publication? Then please scroll down till the end of this webpage. There you will find an icon which offers you this option. |
|
 |
 |
 |
|
|
 |
|
|
Nieuwsbrief Energie & Milieu
|
|
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
| nieuws |
|
| Energie en Milieu |
|
Redactie:
Frank Bergmans | bergmans@mvo.nl
Telefoon +31 (0) 70 319 51 50
Fax +31 (0) 70 319 51 96
|
EC stelt lijst bedrijfstakken op met CO2-weglekrisico
MVO-industrie succesvol met energie-efficiencyverbetering
€ 5 miljoen extra crisisgeld voor groene innovaties in 2010
Invoering Wabo enkele maanden vertraagd
80 technieken voor betere luchtkwaliteit
Nieuw onderzoek trekt rentabiliteit WKK in twijfel
Biopolymeren winnen terrein
EC stelt lijst bedrijfstakken op met CO2-weglekrisico
De Europese Commissie heeft na consultatie van lidstaten, brancheorganisaties en andere betrokken partijen en berekeningen van Eurostat een lijst opgesteld van bedrijfstakken en deeltakken die worden geacht te zijn blootgesteld aan een significant CO2-weglekrisico. Vervaardiging van ruwe oliën en vetten (NACE-code 1541) is een van de industriële activiteiten die op deze lijst staat.
Richtlijn 2003/87/EG stelt regels voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de EU. Deze rechten zullen in de eerste jaren nog grotendeels gratis worden verdeeld onder industriebedrijven, maar in de loop der tijd steeds meer geld gaan kosten en worden gerelateerd aan de best presterende industrieën binnen bedrijfstaken. Op basis van ramingen uit het belangrijkste scenario wordt de koolstofprijs voorlopig op 30 euro per ton CO2-equivalent gesteld.
De EU ondersteunt met deze richtlijn een ambitieuze internationale overeenkomst die klimaatverandering en met name een onbeheerste wereldwijde temperatuurstijging moet tegengaan. Voor het geval andere ontwikkelde landen of anderszins grote veroorzakers van broeikasgasemissies niet aan deze overeenkomst deelnemen, dan kan dit leiden tot een verplaatsing van industriële productie naar deze landen (het zgn. CO2-weglekeffect).
Om dit risico aan te pakken, is in genoemde richtlijn bepaald dat de EU, afhankelijk van de uitkomst van de internationale onderhandelingen, aan bedrijfstakken en deeltakken waar een significant weglekrisico bestaat, gratis rechten moet toewijzen voor 100 procent van de hoeveelheid die overeenkomstig de in artikel 10 bis, lid 1, van genoemde richtlijn word6 vastgesteld.
MVO-bedrijfstakken
Via Besluit 2010/2/EU voldoet de Commissie aan haar plicht om zo'n lijst op te stellen. In de bijlage van dit besluit staan tal van bedrijfs- en deeltakken opgenomen die worden geacht een groot risico te lopen wat betreft dit CO2-weglekeffect. Vervaardiging van ruwe oliën en vetten (NACE-code 1541) is een van de industriële activiteiten die op deze lijst staat (onder 1.4), evenals verwerking en conservering van vis en visproducten (NACE-code 1520) en vervaardiging van overige chemische producten (NACE-code 2466). Onder punt 2 worden gelatine en derivaten daarvan genoemd, en vislijm (excl. caseïne- en beenderlijm) (Prodcomcode 24621030).
Nederlandse Emissieautoriteit
Minister Cramer van VROM heeft Dorette Corbey aangesteld als voorzitter van het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Begin dit jaar is de NEa met haar werkzaamheden als zelfstandig bestuursorgaan begonnen. Van 1999 tot medio 2009 was Dorette Corbey lid van het Europees Parlement. Daar was zij onder meer lid van de tijdelijke commissie klimaatverandering, rapporteur luchtkwaliteit en woordvoerder energie, klimaat en milieu. Dorette Corbey studeerde sociale geografie in Amsterdam.
Corbey: "Het is belangrijk dat er goed zicht is op de uitstoot van broeikasgassen en andere stoffen. De NEa vervult deze rol al enige jaren met grote toewijding. Een bestuur met onafhankelijke besluitvorming, optimaliseert de werking van het emissiehandelsysteem. Vanuit deze gedachte verheug ik me erop hieraan een bijdrage te leveren."
De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) ondersteunt de uitvoering van CO2- en NOx-emissiehandel. De NEa houdt zich bezig met het verlenen en actualiseren van emissievergunningen, het beheren van de CO2- en NOx-registers, het uitvoeren van toezichtsbezoeken, het eventueel opleggen van sancties en het toezien op het inleveren van voldoende emissierechten.
MVO-industrie succesvol met energie-efficiencyverbetering
De energiebesparende maatregelen die de MVO-bedrijven in de periode 2005-2008 genomen hebben, hebben gezamenlijk geleid tot een energiebesparing van 703Terra Joule (TJ). Dit komt overeen met het jaarlijks energiegebruik van ca. 7300 Nederlandse huishoudens. Dit is 2½ keer de vooropgestelde doelstelling van 280TJ. Door ontsparende effecten is een deel van deze energiebesparing tenietgedaan. Netto is de geplande efficiencyverbetering van 4% voor de periode 2005-2008 geheel gerealiseerd. Dit blijkt uit de monitoringrapportage over 2008 in het kader van de Meerjarenafspraak Energiebesparing (MJA3).
De bedrijven rapporteerden in 2008 29 energiebesparende maatregelen, met in totaal 48 TJ energiebesparing. Dit komt overeen met het jaarlijks energiegebruik van ca. 500 Nederlandse huishoudens. Klik hier voor de monitoringrapportage MVO-industrie 2008.
Dat het convenant ondanks de crisis succesvol is, blijkt uit het rapport Meerjarenafspraken energie-efficiency - resultaten 2008 dat door minister Maria van der Hoeven van Economische Zaken naar de Tweede Kamer is gestuurd. De ruim 900 bedrijven uit bijna 30 sectoren die meedoen met de meerjarenafspraken Energie-efficiency (MJA) verbeterden in 2008 hun energie-efficiëntie met gemiddeld 2,6 procent. De geboekte winst in energie-efficiency is volgens de minister een goed resultaat in het licht van de economische crisis die vanaf medio 2008 nagenoeg alle MJA-bedrijven raakt.
Klik hier voor een artikel van werkgeversorganisatie VNO/NCW over het succes van de MJA.
€ 5 miljoen extra crisisgeld voor groene innovaties in 2010
Ministers Cramer (VROM) en Van der Hoeven (EZ) hebben 10 miljoen euro extra vrijgemaakt voor duurzame innovaties. Zij ondersteunen hiermee naar verwachting ruim 250 bedrijven. Voor 2010 is een budget van € 5 miljoen beschikbaar.
De bewindsvrouwen willen met de extra steun de effecten van de kredietcrisis voor de maakindustrie te beperken. Zij slaan hiermee twee vliegen in een klap. Het extra geld geeft de economie een impuls: het steunt midden- en kleinbedrijven (MKB) bij ontwikkeling en toepassing van bijvoorbeeld hoogwaardig hergebruik, efficiëntere productieprocessen en schonere producten en diensten.
Dat lost tegelijkertijd ook maatschappelijke vraagstukken innovatief op. Duurzame innovaties kunnen economische groei steeds meer aanzwengelen, bijvoorbeeld doordat ze ook op buitenlandse markten worden verhandeld.
Om het geld snel beschikbaar te krijgen voor het bedrijfsleven, wordt de 10 miljoen euro ingezet als budgetverhoging van het bestaande programma Milieu en Technologie. De miljoenen worden over drie jaar gespreid ingezet bovenop het reguliere subsidiebudget van Milieu & Technologie.
Het programma Milieu & Technologie is elk jaar overtekend. Het programma is bedoeld voor MKB-bedrijven in de maakindustrie, van voeding tot bijvoorbeeld apparatenbouw en ondersteunt zowel technisch onderzoek als onderzoek ter voorbereiding van een geslaagde marktintroductie van milieuvriendelijke innovaties.
In het verleden hebben een aantal MVO-bedrijven reeds succesvol een beroep gedaan op deze regeling. Zo kreeg Koninklijke Smilde BV in 1991 subsidie voor onderzoek naar desodorisatie van vetten en oliën met behulp van stikstof in plaats van stoom. In 2000 kreeg Ten Kate Holding Musselkanaal BV subsidie voor onderzoek naar de productie van vloeibare vetten en gelatine uit varkensslachtvetten. In 1999 kreeg Forbo subsidie voor een onderzoek naar een efficiënter productieproces.
U kunt een subsidie aanvragen tot en met 8 september a.s. Klik hier voor meer informatie over de subsidievoorwaarden en de wijze van aanvragen.
Invoering Wabo enkele maanden vertraagd
De inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is met een aantal maanden uitgesteld. Deze Wabo ou per 1 januari jl. worden ingevoerd. De extra tijd nodig is om de wet- en regelgeving zorgvuldig te laten verlopen. De Wabo is voor minister Cramer een belangrijke maatregel om het voor het bedrijfsleven gemakkelijker en goedkoper te maken om vergunningen aan te vragen.
De behandeling van het voorstel voor de Invoeringswet Wabo in de Eerste Kamer loopt momenteel nog. Na de afronding van de discussie met de Eerste Kamer zal de wet voor advies worden voorgelegd aan de Raad van State. Plaatsing in het Staatsblad van alle wetgeving, inclusief het uitvoeringsbesluit dat na afronding van de discussie nog proceduretijd nodig heeft, is naar verwachting begin 2010 afgerond.
Ook de ontwikkeling van het ICT-instrument duurde langer dan verwacht. Dankzij het uitstel van de invoering krijgen de gemeenten en provincies meer tijd om met het nieuwe ICT-instrument te oefenen.
De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht brengt ongeveer 25 regelingen samen die de fysieke leefomgeving betreffen. Het gaat hierbij om bouw-, milieu-, natuur- en monumentenvergunningen. Die gaan op in één vergunning: de zogenoemde Omgevingsvergunning. Zo hebben burgers en ondernemers straks nog maar te maken met één loket, één beschikking en één procedure. De aanvraag kan digitaal worden gedaan en behandeld.
80 technieken voor betere luchtkwaliteit
Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) heeft 80 nieuwe veelbelovende duurzame technieken voor de sector energie en industrie onderzocht. Die kunnen de luchtkwaliteit verder helpen verbeteren.
In het rapport 'Technologieverkenning - Kansrijke nieuwe technieken voor minder emissies naar de lucht in 2030' zijn ruim 80 veelbelovende technieken geïnventariseerd die op dit moment in ontwikkeling zijn en die een bijdrage aan een schonere lucht kunnen leveren. Het gaat zowel om integrale, procesgeïntegreerde als nageschakelde reductietechnieken en productietechnieken. Ook is gekeken naar bestaande technieken die mogelijk in andere sectoren kunnen worden toegepast.
Klik hier voor het rapport.
Nieuw onderzoek trekt rentabiliteit WKK in twijfel
Volgens een second opinion van CE is het ministerie van Economische Zaken op basis van ongeschikte modelberekeningen tot de conclusie is gekomen dat (vrijwel) alle categorieën WKK rendabel geëxploiteerd kunnen worden. De door ECN uitgevoerde modelberekeningen zijn volgens CE namelijk niet geschikt om voor de periode 2009-2020 vast te stellen of de diverse opties rendabel zijn. Daarbij geven ze een te gunstig beeld geven van de marktpositie van WKK omdat weerstanden voor realisatie niet zijn meegenomen, aldus de onderzoekers.
EZ heeft in de brief van 23 februari 2009 (28665, nr. 100) vastgesteld dat (bijna) alle vormen van nieuw te realiseren warmtekrachtkoppeling (WKK) in Nederland kunnen concurreren met andere manieren van energieopwekking en om die reden geen financiële ondersteuning vanuit de overheid nodig hebben. Het ministerie gebruikt cijfers van ECN (Onrendabele Top Berekeningen voor nieuw WKK-vermogen 2009) om deze conclusie te onderbouwen. Vanuit verschillende sectoren waar warmtekrachtkoppeling wordt toegepast is geprotesteerd tegen de conclusie van het ministerie en het besluit om geen exploitatiesubsidie te verlenen aan nieuw te bouwen WKK-installaties.
De Tweede Kamer heeft op basis van de motie Vendrik/Zijlstra (31239/44) aan CE Delft de opdracht gegeven om een second opinion te geven voor het model en de cijfers die ECN heeft gehanteerd en de manier waarop het ministerie tot de conclusie is gekomen dat (vrijwel) alle categorieën WKK rendabel geëxploiteerd kunnen worden. Op basis van gesprekken met potentiële investeerders komt CE Delft tot de conclusie dat ten onrechte in de ECN-studie de warmtekorting achterwege is gelaten en ook niet op een andere manier de weerstand is verwerkt.
Klik hier voor het rapport van de second opinion.
Biopolymeren winnen terrein
Kunststoffen gemaakt van hernieuwbare grondstoffen en ook de bio-afbreekbare kunststoffen worden gaandeweg beter en staan sterk in de belangstelling. Qua marktvolume is er al zoveel te krijgen dat op Interpack 2011 de biokunststoffen volgens experts een even prominente plaats moeten innemen als glas, aluminium en ander metaal, papier en karton en de overige kunststoffen.
De meeste verpakkers praten er ook over, sommigen proberen ze al in te zetten en anderen hebben zelfs al toepassing gevonden. Er is nog veel te doen, want ondanks veel onderzoek en ontwikkeling zijn de eigenschappen en praktische toepassingen nog niet zo dat je er de op aardolie gebaseerde kunststoffen mee kunt vervangen. Wat dan al wel kan? Jan Switten, zelfstandig internationaal adviseur op het gebied van kunststoffen en verpakking, geeft op de website van Pakblad een korte beschrijving van de bestaande kunststoffen en hoe de eigenschappen daarvan verbeterd kunnen worden.
Klik hier voor meer informatie.
|
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
|
|
|