Principe XVIII
"Om het verband tussen de financiering van activiteiten van een bedrijfslichaam enerzijds en het nut dat een (sub)sector daaraan kan ontlenen anderzijds zo groot mogelijk te doen zijn, legt het bestuur voor de financiering van de activiteiten van het bedrijfslichaam bij voorkeur bestemmingsheffingen op." |
Invulling :
- Voor het draagvlak is het belangrijk, dat de relatie tussen de heffing en het binnen de sector nagestreefde doel zo helder mogelijk is.
- Door de sterke onderlinge vervangbaarheid van oliën en vetten, er geen sprake is van strikt gescheiden markten (food-feed-techniek) en de grote verscheidenheid aan bedrijven kent het Productschap MVO uitsluitend een financieringsheffing waarbij er wordt uitgegaan van één basisheffing die voor alle vetten en oliën voor producten met een 100% vetgehalte gelijk is. Voor producten met een lager vetgehalte is het tarief daarvan afgeleid. Niet elke uit de heffing betaalde specifieke activiteit levert voor alle ondernemers derhalve hetzelfde voordeel op. De variatie in activiteiten ten aanzien van de verschillende aandachtsgebieden voorkomt echter een ongelijke behandeling van (sectoren) van ondernemers.
De beoogde transparantie tussen inzet en behaalde resultaten zal in o.a. het jaarverslag extra aandacht krijgen.
|
Principe XIX
"Het bestuur voorkomt dat ondernemingen meerdere heffingen van verschillende bedrijfslichamen krijgen opgelegd. Indien een dergelijke samenloop door omstandigheden niet kan worden voorkomen, zal het bestuur zich inspannen zo spoedig mogelijk een oplossing te vinden." |
Invulling:
- Per 1 januari 2008 zal geïnventariseerd zijn waar in het hele stelsel van de bedrijfslichamen nog sprake is van samenloop van meerdere heffingen. Voor het Productschap MVO is er een samenloop met heffingen van het Productschap Zuivel en Productschap Diervoeder. MVO heeft overleg gepleegd met de andere betrokken schappen. Gelet op het zeer beperkte aantal bedrijven en de geringe voordelen voor deze bedrijven zouden de voordelen niet in redelijke verhouding staan met de te verwachten uitvoeringskosten. Er zijn dan ook geen verdere afspraken gemaakt om een samenloop van MVO-heffingen met die van andere schappen te voorkomen.
- In 2008 hebben de bedrijfslichamen hierover gerapporteerd aan de SER.
|