Volgens minister Schippers van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) voldoet minimaal 95 procent van de bevolking aan het maximale consumptieadvies voor transvetten van de Gezondheidsraad (1 energieprocent). Toch is naar haar idee nog enige verbetering op dit vlak mogelijk. Verder wil zij op EU-niveau pleiten voor een wettelijke norm om de laatste producten met hoge transvetzuurgehaltes van de EU-markt te kunnen weren.
Schippers meldt haar standpunt in een onlangs verzonden brief aan de Tweede Kamer. 'De nog te behalen gezondheidswinst door verdere reductie van transvetzuren in producten is dan ook minimaal in Nederland. Het is wel wenselijk dat de enkele nog op de markt zijnde producten met hogere gehaltes transvet verbeterd worden. Ik zal het bedrijfsleven stimuleren zich in te spannen deze laatste hoge gehalten transvet te verlagen.' Wordt op EU-niveau een wettelijke norm van kracht, dan is volgens de minister verplichte etikettering van het gehalte transvetzuren niet meer nodig.
Het grootste deel van de brief is overigens gewijd aan het beleid gericht op reductie van het zoutgehalte van levensmiddelen.
Het MVO-bedrijfsleven heeft zich al jaren ingezet voor een laag gehalte van transvetzuren in producten gemaakt van plantaardige oliën en vetten. Uit de rapportage van de Task Force Verantwoorde Vetzuursamenstelling van november 2010 blijkt dat de transvetzuurgehaltes in producten zeer laag zijn en de inname van transvetzuren onder de aanbeveling ligt. Van de transvetzuren die momenteel in de voeding aanwezig zijn in ongeveer 30% afkomstig van de kleine hoeveelheden transvetzuren aanwezig in (producten gemaakt van) plantaardige oliën en vetten, en 70% afkomstig van kleine hoeveelheden transvetzuren aanwezig in vlees en zuivel.
Kijk hier voor de resultaten van de Task Force Verantwoorde Vetzuursamenstelling.