MVO roept Minister op bezwaar te maken tegen Russische schending WTO-tariefafspraken
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I), Maxime Verhagen, dient bij de Russische Federatie bezwaar te maken tegen de schending van haar WTO-tariefafspraken voor oliën en vetten. Dit stelt voorzitter Wim Oosterhuis van het Productschap MVO (vandaag) in een formele brief aan de minister.
De Russische Federatie heeft op 22 augustus jl., de datum van formele WTO-toetreding van dit land, haar invoerrechten op een groot aantal producten herzien. Bij diverse tarieflijnen die betrekking hebben op palmolie, palmpitvet, kokosolie en bepaalde gehydrogeneerde/omgeësterde plantaardige vetten en oliën heeft zij hierbij echter de WTO-afspraken in ernstige mate geschonden.
Deze schending bestaat uit het handhaven van minimumrechten (uitgedrukt in Euro per kg) terwijl de overeengekomen WTO-tariefschema's dergelijke minimumrechten niet toestaan voor deze producten. Deze schending leidt bij invoer in Rusland allereerst tot een meer dan verdubbeling van het verschuldigde invoerrecht. Bovendien worden door de handhaving van deze minimumrechten (in Euro per kg) de voor de periode 2013-2106 in WTO-kader overeengekomen tariefconcessies (in % van de CIF-waarde) volledig tenietgedaan.
Ter indicatie, voor geraffineerde palmolie is de Russische Federatie in WTO-kader voor 2012 een gebonden (=maximum) invoerrecht van 5% overeengekomen. Bij een CIF-waarde van 1.000 Euro per ton zou het maximaal verschuldigde invoerrecht 50 Euro per ton bedragen. Door de onrechtmatige handhaving van een minimumrecht ter hoogte van 0,12 Euro per kg bedraagt het verschuldigde invoerrecht echter meer dan het dubbele, namelijk 120 Euro per ton. Verder is er voor de jaren 2013 en 2014 in WTO-kader een verdere verlaging van het maximumtarief naar respectievelijk 4% en 3% overeengekomen. Bij de ongeoorloofde handhaving van het minimumrecht in Euro per kilogram zou de voor 2013 en 2014 overeengekomen tariefverlaging de Nederlandse exporteurs geen enkel voordeel opleveren. Sterker nog, het daadwerkelijk invoerrecht zou dan afhankelijk van de wereldmarktprijs het maximaal toegestane invoerrecht vier tot zes maal overschrijden.
De Russische Federatie is voor de Nederlandse oliën- en vettensector de belangrijkste afzetmarkt buiten de EU. De totale EU-export van oliën en vetten naar de Russische Federatie vertegenwoordigt een handelswaarde van 280 miljoen Euro (Eurostat, 2011). Nederland neemt hiervan met 106 miljoen bijna veertig procent voor zijn rekening. Voor de specifieke oliën en vetten waarbij de Russische Federatie de WTO-afspraken schendt, is het Nederlandse aandeel in de EU-export nog aanzienlijk hoger. Voor geraffineerde palmolie bedraagt het Nederlandse EU-aandeel 86 procent ofwel 69 miljoen Euro van de in totaal 80 miljoen Euro.