Sinds 25 januari jl. moet er een Gemeenschappelijk Document van Binnenkomst (GDB) worden ingevuld bij fysieke aankomst van een zending producten op het aangewezen punt van binnenkomst ten behoeve van extra inspectie. Dit geldt slechts voor een beperkt aantal producten van niet-dierlijke oorsprong, w.o. palmolie bestemd voor rechtstreekse menselijke consumptie (GN-code 1511 10 90) die speciaal op Soedan-kleurstoffen dient te worden onderzocht.
Deze toevoeging ('rechtstreekse') is aangebracht ter verduidelijking en na discussie van de Europese Commissie met Fediol en MVO, waarbij de oliën- en vettenorganisaties naar voren hebben gebracht dat dit type kleurstoffen in het raffinageproces wordt verwijderd, waardoor controle op deze stoffen in een ruw product dat nog geraffineerd moet worden niet alleen veel partijen zou treffen - vrijwel alle zendingen palmolie die Nederland binnenkomen - maar tevens weinig zinvol is.
Medio vorig jaar heeft MVO bijgaand artikel aan deze materie gewijd. De VWA heeft kort daarop een webfile omtrent e.e.a. geopend, zie tweede artikel.
De bepalingen voor extra controles zijn vastgelegd in Verordening (EG) Nr. 669/2009, waarbij in dit geval met name van belang zijn art. 1 (onderwerp), art. 3, sub a (definitie GDB), art. 6 (vooraanmelding van zendingen) en art. 18 (datum van ingang).
In bijlage I deel A staan de producten waarop de verordening betrekking heeft, met op de negende rij 'palmolie (levensmiddelen)'; in deel B staan sub d en e de precisering van palmolie ('bestemd voor rechtstreekse menselijke consumptie') resp. van de Soedan-kleurstoffen waarop dergelijke zendingen dienen te worden onderzocht.
Palmolie met bestemming humane consumptie die nog een raffinagebehandeling ondergaat, hoeft dus niet te worden aangemeld via een GDB.