English
 
 » Kernactiviteiten » Duurzaamheid » Biobrandstoffen » Nieuws(archief) » 26.11.2009-Nieuwe Dierlijke Bijproductenverordenin
 Duurzaamheid  
  
 
 Nieuws  
26.11.2009
Nieuwe Dierlijke Bijproductenverordening verlicht stookregiem dierlijk vet
Op 14 november 2009 is in het Publicatieblad van de EU de nieuwe Dierlijke Bijproductenverordening gepubliceerd. Deze Verordening (EG) nr. 1069/2009 is een kaderverordening en vervangt per 4 maart 2011 de huidige, de vele malen gewijzigde Verordening (EG) nr. 1774/2002. De bij deze kaderverordening horende uitvoeringsverordening (met onder meer de modellen handelsdocument en gezondheidscertificaten) wordt naar verwachting begin 2010 gepubliceerd.

Energietoepassingen
De nieuwe verordening schept duidelijkheid over de eisen die worden gesteld aan het stoken van dierlijk vet. Alle categorieën dierlijke vetten die worden ingezet als brandstof hoeven niet langer als afval te worden verbrand, mits voorwaarden worden gesteld ter bescherming van de volksgezondheid en de diergezondheid en volgens passende milieunormen. Daartoe maakt de Verordening onderscheid tussen "combustion" (verbranding van brandstof voor energieopwekking) en "incineration" (afvalverbranding).

In de nieuwe kaderverordening is de indeling van dierlijke bijproducten en afgeleide producten in drie categorieën gehandhaafd, evenals andere belangrijke onderdelen van de systematiek van verordening 1774/2002, zoals scheiding, kanalisatie en tracering van de onderscheiden stromen. Categorie 1- en 2-materiaal mag niet worden vervoederd, categorie 3-materiaal wel, behalve enkele soorten nauwkeurig omschreven categorie 3-materiaal: keukenafval en etensresten (waaronder afgewerkte bak- en braadolie), rauw vetweefsel dat is verwijderd van dieren die vóór de slacht zijn goedgekeurd voor menselijke consumptie en dat na de slachting niet wordt gekeurd (zgn. 'adipose tissue'), en huiden, hoeven, veren, wol, hoorn, haar en bont afkomstig van bepaalde dode dieren.

Als een product eenmaal een dierlijk bijproduct is geworden, naar de regels van de communautaire wetgeving of door de keus van de producent of andere exploitant, mag het niet opnieuw in de voedselketen komen. Exploitanten die fysiek met dierlijke bijproducten en afgeleide producten te maken hebben (inzameling, opslag, verwerking), moeten erkend worden, ook als het om producten die bestemd zijn om bijvoorbeeld als brandstof te worden verstookt; transporteurs en handelaren dienen slechts geregistreerd te zijn. Alle exploitanten dienen het volgen van de stromen dierlijke bijproducten van categorie 1 en 2 alsmede van dierlijke eiwitten van categorie 3 via aanmelding bij het Traces-systeem mogelijk te maken.

Voornaamste redenen om met een nieuwe Dierlijke Bijproductenverordening te komen, zijn ten eerste de wens om een duidelijker structuur in de voorschriften aan te brengen, ten tweede de noodzaak om een betere scheiding aan te brengen met andere communautaire wetgeving (o.a. door een eindpunt op te nemen en bepalingen beter af te stemmen op andere verordeningen), en ten derde het besluit om de Europese Commissie meer bevoegdheden te geven voor het tussentijds wijzigen van de verordening n.a.v. nieuwe wetenschappelijke inzichten.

Klik hier voor de volledige tekst van Verordening (EG) nr. 1069/2009.
Klik hier voor een EngelseFranse en Duitse versie van genoemde verordening.



Klik hier voor meer informatie. 

De nieuwe verordening treedt in werking op 4 december a.s. en is vanaf 4 maart 2011 van toepassing. Op laatstgenoemde datum wordt ook Verordening (EG) nr. 1774/2002 ingetrokken.

 Afdrukken   

 

 Updates