In Publicatieblad L54 van zaterdag 26 februari is de lang verwachte Uitvoeringsverordening gepubliceerd behorend bij de nieuwe Kaderverordening Dierlijke Bijproducten (EG) nr. 1069/2009. Ten opzichte van de praktijk van de huidige Dierlijke Bijproductenverordening (EG) Nr. 1774/2002 verandert er relatief weinig. De nieuwe Uitvoeringsverordening is reeds met ingang van 4 maart 2011 van toepassing.
De combinatie van kader- en uitvoeringsverordening handhaaft grotendeels de principes en voorschriften van Verordening (EG) Nr. 1774/2002, die op 4 maart wordt ingetrokken. Behalve deze worden op dezelfde datum overigens ook enkele bijbehorende uitvoerings- en wijzigingsverordeningen, waaronder Verordening (EG) Nr. 92/2005 (alternatieve verwerkingsmethoden) en 1192/2006 (lijsten erkende bedrijven) en beschikkingen ingetrokken.
In de nieuwe verordening wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen verstoking, verbranding en meeverbranding. Bij verstoking is geen sprake van afval en ligt de nadruk op winning van energie. Bij verbranding is sprake van afval en verwijdering in een erkende afvalverbrandingsinstallatie. Meeverbranding is een tussenvorm want er is formeel sprake van afval maar tegelijk bestaat er naast de optie van verwijdering ook die van hergebruik (lees:energiewinning).
Biodiesel die uit dierlijke vetten wordt geproduceerd, kan zonder beperkingen in de handel worden gebracht. Dit product wordt als een eindpunt in de keten gezien, waarna de verordening niet meer van toepassing is.
Verstoking dierlijk vet
Verstoking wordt in bijlage I (pagina 20, no. 41) gedefinieerd als een procedé waarbij brandstof wordt geoxideerd teneinde de energiewaarde van de dierlijke bijproducten of afgeleide producten te benutten, indien het geen afval betreft. De verstoking van dierlijke vetten in thermische ketels wordt geregeld in bijlage IV, hoofdstuk IV (Alternatieve verwerkingsmethoden), afdeling 2, sub E. Hier valt kort gezegd te lezen dat vet van elke categorie mag worden gebruikt mits het op de voorgeschreven wijze van uitsmelting (druk, temperatuur, tijd) is verkregen.
Verbranden en meeverbranden
In de nieuwe verordening wordt expliciet gesteld dat verbranding en meeverbranding van bepaalde dierlijke bijproducten niet binnen de werkingssfeer van de Kaderrichtlijn voor de Verbranding van Afvalstoffen 2000/76/EG vallen (overweging 9). Verbranding wordt gedefinieerd als verwijdering van DBP en afgeleide producten, indien het afval betreft, in een erkende afvalverbrandingsinstallatie; meeverbranding is het hergebruik of de verwijdering van DBP of afgeleide producten, indien het afval betreft, in een meeverbrandingsinstallatie. Als er sprake is van energiewinning uit dierlijke vetten die als afval verbrand moeten worden (bv. vetten afkomstig van categorie 1-materiaal), gelden dus de voorschriften voor meeverbranding. De voorschriften voor het verbranden en meeverbranden van onder meer dierlijke vetten zijn te vinden in artikel 6 en bijlage III.
Biodiesel
De biodieselproductie staat nog steeds opgenomen als alternatieve methode voor de verwijdering van dierlijke bijproducten en afgeleide producten. Ook hier mag als uitgangsmateriaal dierlijk vet van elke categorie worden gebruikt. De verwerkingsnormen staan opgenomen in bijlage IV, hoofdstuk IV, afdeling 2, sub D. Biodiesel die voldoet aan de eisen voor de verwijdering en het gebruik van afgeleide producten in bijlage IV, hoofdstuk IV, afdeling 3, punt 2, onder b, kan zonder beperkingen in de handel worden gebracht.
Alternatieve verwerkingsmethoden
De verordening bevat nu een standaardformaat voor bedrijven die aan de EFSA een verzoek tot beoordeling van een alternatieve verwerkingsmethode willen voorleggen. Hierin is onder meer opgenomen welke bewijsstukken moeten worden overgelegd. Dit formaat is te vinden in bijlage VII.
Biogas en compost
De processen voor omzetting van dierlijke bijproducten en afgeleide producten in biogas of compost, moeten wel voldoen aan de gezondheidsvoorschriften zoals deze zijn opgenomen in Verordening (EG) 1069/2009 en maatregelen ter bescherming van het milieu van de Kaderrichtlijn voor Afvalstoffen 2008/98/EG. De eisen voor bedrijven die zich hiermee bezighouden, zijn te vinden in bijlage V.
Eindpunt oleochemie
Een definitieve beslissing over het eindpunt, met andere woorden het punt waarna Verordening (EG) nr. 1069/2009 niet meer van toepassing is, voor producten die een oleochemische bewerking hebben ondergaan, moet nog worden genomen. De Europese Commissie wacht hiertoe nog op de beoordeling van de oleochemische procedés en met name de mate waarin deze mogelijke gezondheidsrisico’s weg kunnen nemen van alle categorieën verwerkt dierlijk vet.
Overgangsmaatregelen
Er is een overgangsperiode vastgesteld om betrokken bedrijven de gelegenheid te geven de vóór 4 maart op rechtsgeldige wijze geproduceerde producten in de handel te brengen en zich ook anderszins op de nieuwe voorschriften in te stellen. Tevens wordt beoogd hiermee de continuïteit van de import te waarborgen. Concreet betekent het dat handelsdocumenten en gezondheidscertificaten volgens de modellen van Verordening (EG) nr. 1774/2002 nog tot en met 31 januari 2012 worden aanvaard voor invoer in de EU, mits zij vóór 30 november 2011 zijn opgesteld en ondertekend.
Verordeningsteksten
Klik hier voor de Europese Verordening (EG) no. 1069/2009.
Klik hier voor de Nederlandse tekst van Verordening (EU) Nr. 142/2011.
Klik hier voor de Engelse versie.
Informatiefiches nVWA
De nVWA werkt aan informatiefiches per branche. Deze zullen zo spoedig mogelijk onder de belanghebbenden worden verspreid.